sahāyadhammamitta

dhp verhaal XIV:6
Login

Dhp. Verhaal XIV:6 bij 188-192 (14:10-14)

Bevrijding van het lijden wordt verkregen door toevlucht te nemen tot de Boeddha, Dhamma en de Sangha

Aggidatta was de hoofdpriester in de tijd van koning Maha Kosala, de vader van koning Pasenadi. Na de dood van koning Maha Kosala gaf Aggidatta zijn bezittingen weg en verliet het huis om een asceet te worden. Hij woonde met zijn volgelingen op een plaats nabij de grens van de drie koninkrijken Anga, Magadha en Kuru, niet ver van de woonplaats van een machtige naga. Zijn volgelingen en de mensen van deze drie koninkrijken werden door Aggidatta regelmatig vermaand: “Betoon eer aan bossen, bergen, parken en tuinen, en bomen; door zo te handelen, worden jullie bevrijd van alle kwalen van het leven."

Op een dag zag de Boeddha Aggidatta en zijn volgelingen met zijn hemelse oog en wist dat voor hen de tijd rijp was om arahantschap te bereiken. Daarom stuurde de Boeddha de eerwaarde Maha Moggallana om de Dhamma aan Aggidatta en zijn volgelingen uit te leggen, en zei dat hij daarna zelf zou volgen. De eerwaarde Maha Moggallana ging erheen en informeerde of hij bij hen kon overnachten. Eerst weigerden zij, maar tenslotte stuurden zij hem naar de woonplaats van de naga. De naga was zeer vijandig tegenover Maha Moggallana, en er volgde een duel tussen de naga en de hoofddiscipel. Uiteindelijk werd de naga echter bedwongen. Hij kronkelde zich rond, hief zijn hoofd en hield het als een paraplu boven Maha Moggallana; zo betoonde hij eer aan hem. Vroeg in de ochtend kwamen Aggidatta en zijn volgelingen om het lot van Maha Moggallana te ontdekken. Toen ze zagen dat de naga was getemd en gedwee zijn hoofd als een paraplu boven de eerwaarde Maha Moggallana hield, waren zij erg verbaasd en betoonden zij hun eer.

Juist op dat moment arriveerde de Boeddha; de eerwaarde Maha Moggallana stond op van zijn stoel en bracht hulde aan hem met de woorden: "Dit is mijn Leraar, de allerhoogste Boeddha, en ik ben slechts een nederige leerling van deze grote Leraar." Toen zij hem hoorden, waren de asceten die onder de indruk waren van de kracht van Moggallana vol ontzag door de grotere kracht van de Leraar. De Boeddha vermaande hem toen: “Aggidatta, mensen gaan naar bergen, bossen, tuinen en parken, en bomen als toevlucht wanneer zij met gevaar worden bedreigd, maar deze dingen kunnen hun geen echte bescherming bieden. Alleen degenen die hun toevlucht nemen tot de Boeddha, de Dhamma en de Sangha, worden bevrijd van wereldlijk lijden."

Op het einde van de toespraak bereikten Aggidatta en al zijn volgelingen arahantschap. Zij allen werden toegelaten tot de Orde van de monniken. Toen op die dag de discipelen van Aggidatta uit Anga, Magadha en Kuru kwamen om hem hun eer te betonen, zagen zij hun leraar en zijn volgelingen gekleed als monniken en verbaasd vroegen zich af: “Wie is machtiger? Onze leraar of Gotama? Onze leraar moet machtiger zijn omdat Gotama naar onze leraar is gekomen." De Boeddha wist wat ze dachten. Aggidatta vond ook dat hij hun geest gerust moest stellen. Dus bracht hij hulde aan de Boeddha en riep hij uit: "Eerwaarde heer, u bent mijn leraar, ik ben slechts een discipel van u." Zo kwamen de toehoorders tot het besef van de oppermacht van de Boeddha.

188. “Naar menig toevluchtsoord begeven zich angstige mensen - naar heuvels, bossen, heilige bosjes, bomen en heiligdommen.”

189. “Maar zo'n toevluchtsoord is niet veilig, een dergelijke toevlucht is niet het allerhoogste. Niet door naar zo'n toevluchtsoord te gaan, wordt men bevrijd van alle kwaad.”

190. “Hij die zijn toevlucht heeft genomen tot de Boeddha, de Dhamma en de Sangha, ziet met de juiste kennis de vier Edele Waarheden:

191. leed, de oorzaak van leed, het te boven komen van leed en het edele achtvoudige pad dat naar de beëindiging van leed leidt.

192. Dit is inderdaad een veilige toevlucht. Dit is inderdaad de allerhoogste toevlucht. Door zo'n toevlucht te nemen, wordt men van alle leed bevrijd.”