De vijf hindernissen/hindrances
(Zie voor een meer technische uitleg van de Vijf Hindernissen en de elf de losse pagina Hindernissen.
De hindernissen zijn factoren die opkomen in de geest. Ze worden hindernissen genoemd, omdat ze de geest op veel manieren kunnen hinderen, en omdat ze de ontwikkeling van de geest in de weg staan (vertaalde quote van Nyanaponika Thera). Iedereen komt ze tegen, dat is heel normaal. Hoe meer we de geest onderzoeken, hoe meer we ze gaan zien.
De 5 hindernissen zijn:
- verlangen/desire (kāmacchanda)
- aversie/ill-will (vyāpāda/byāpāda)
- traagheid en sufheid /sloth and torpor (thīna-middha)
- onrust/restlessness and remorse (uddhacca-kukkucca)
- twijfel/doubt (vicikicchā)
Vaak reageren we met aversie op de hindernissen, omdat we ze als onprettig ervaren, maar wanneer we ze tegen komen, geven ze ons de mogelijkheid om te onderzoeken wat er precies in onze geest gebeurt. Daarbij kunnen ze ons ook leren om op een andere, meer heilzame manier om te gaan met omstandigheden zoals we gewoonlijk doen.
1. Zintuiglijk verlangen
Dit is verlangen dat opkomt in de geest, als gevolg van de indrukken die via de zintuigen binnen komen, dus door alles wat we zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Wanneer je gedachtes opmerkt als: “ik heb nu trek in een ijsje, ik wil ook die rust en kalmte”, dan weet je dat er verlangen aanwezig is. Het is en soort mentale grijpbeweging. Het maakt dat we iets willen dat er nu niet is, waardoor we indirect niet tevreden zijn met wat er in dit moment wel is.
Verlangen kunnen we ook herkennen aan een gevoel van mentaal voorover leunen. Bijvoorbeeld: “even snel de was opvouwen, want daarna kan ik nog de vaatwasser uitruimen en dan nog even die en die bellen, en dan kan ik lekker op de bank zitten”. Het brengt meestal ook een gevoel van gejaagdheid met zich mee. Verlangen duwt ons als het ware vooruit, naar dat wat er niet is maar wat we wel graag willen. En dat maakt dat wat we nu doen, de was opvouwen of iets anders, dat we dat gehaast doen, gespannen, want ontspannen, dat kan straks pas.
En dan zit je eindelijk op de bank met een tijdschrift op boek, maar verlangen blijft opkomen, meestal zonder dat we het door hebben. Ineens komt de gedachte op “ik neem er wat te drinken bij”. En daarna, ook een chipje. Of je zit een boek te lezen en denkt wauw dit is geweldig, even kijken op bol.com of die schrijver nog meer heeft geschreven! Er is niets mis met op de bank zitten, wat drinken of een boek kopen. Maar verlangen maakt, dat er steeds iets is dat we weer willen, hoe genuanceerd ook. Het maakt dat er eigenlijk geen rust is om te genieten van waar je nu mee bezig bent. In plaats van tevreden en ontspannen genieten van een film of boek, is de geest steeds achter de impuls van verlangen aan het aangaan. Het geeft dus ook onrust.
2. Aversie
Onder aversie valt irritatie, afkeer, weerstand, boosheid. Dan willen we wat er nu is, eigenlijk weg proberen te krijgen. Met zo’n beetje alles wat onprettig is, zijn we geconditioneerd zo te reageren. En dat hoeft helemaal niets heftigs te zijn. Bijvoorbeeld als je in de rij staat ergens, het is een beetje saai, dan pak je je mobiel. Je probeert het saaie gevoel weg te krijgen door jezelf af te leiden met iets anders. Wanneer we niet bij datgene wat oncomfortabel is aanwezig kunnen blijven, dan proberen we eigenlijk de omstandigheden steeds aan te passen tot het wel comfortabel is. We maken onze innerlijke rust dan afhankelijk van het steeds proberen aan te passen van de omstandigheden. En aangezien we de omstandigheden niet makkelijk naar onze hand kunnen zetten, blijven we daar dus voortdurend mee bezig.
3. Dufheid en traagheid
Deze hindernis voelt in de geest aan alsof je door modder heen wandelt. Het gaat heel traag en zwaar. Soms kun je het herkennen aan een soort sluier die over het bewustzijn heen komt, en worden de dingen minder helder, vager. Slaperigheid is de meest duidelijke variant, denk aan dat je tijdens de meditatie ineens voorover neigt te vallen en met een rukje weer rechtop komt.
Het kan zijn dat we heel moe zijn, dan kan het belangrijk zijn gewoonweg bijtijds naar bed te gaan en goed voor onszelf te zorgen op die manier. Maar vaak kandeze hindernis ook opkomen als we niet moe zijn. Dan is het alleen een mentale
factor die ons verhindert met opmerkzaamheid aanwezig te zijn in het huidige moment.
4. Onrust
Wanneer deze hindernis aanwezig is, zijn er veel gedachten, de geest springt van de hak op de tak. Het kan heel druk voelen, chaotisch.
5. Twijfel
Deze hindernis is aanwezig wanneer we bijvoorbeeld denken: “wat doe ik hier, dat mediteren ging voor geen meter gisteren. Zal ik het vandaag maar over slaan? Of toch maar proberen?” En zo kunnen we eindeloze gesprekken met onszelf houden.
Het nadeel van twijfel is dat, behalve dat het veel energie kost, we nergens echt toe komen. Door die besluiteloosheid gebeurt er eigenlijk niets en stagneren we.
Wat we kunnen leren van de hindernissen
Het eerste punt is dat we ze herkennen, want als we iets niet herkennen, dan kunnen we er ook niets mee. Benoemen van de hindernissen kan ons helpen om ze te leren herkennen. Benoemen kan ook een gevoel van afstand geven, iets meer afstand tot die hindernissen. Datkan ons weer helpen om uit het verhaal te komen, waarin we waren meegesleurd door die hindernis bijvoorbeeld. Om de hindernissen beter te leren kennen, is het nodig er met opmerkzaamheid bij te blijven, pas dan worden we er vertrouwd mee. Hoe voelt onrust nou precies? Hoe voelt verlangen, aversie? Het vergt moed, om erbij te durven blijven. Maar het helpt ons om meer inzicht te krijgen in hoe onze geest werkt, wat voor gewoontepatronen er allemaal opkomen en hoe we daarmee om kunnen gaan.
Het tweede dat belangrijk is met betrekking tot de hindernissen, is hoe we ons ertoe verhouden. Hoe gaan we ermee om? Eigenlijk gaan we met de hindernissen om, zoals we omgaan met de meeste andere onprettige dingen in het leven: met aversie, we willen het niet, proberen het weg te krijgen, te onderdrukken of te negeren.
Voorbeeld: Denk aan het voorbeeld van de parkeerplaats, wanneer iemand anders in “jouw” parkeerplaats schiet. Hoe we
daar verontwaardiging over kunnen voelen, dan verhalen tegen onszelf gaan vertellen en als snel voel je irritatie opkomen, et cetera. Deze manier van omgaan helpt ons niet. Degene die op jouw plek staat, merkt er niets van, en jij loopt misschien een beetje chagrijnig door de supermarkt terwijl je ook ontspannen boodschappen had kunnen doen. Wanneer we op zo’n manier omgaan met onprettige ervaringen, dan wordt de situatie nog moeilijker, nog vervelender en zwaarder. We gooien er als het ware nog een portie irritatie, onrust, of wat dan ook overheen.
De hindernissen vinden we ook onprettig en die proberen we ook steeds (vaak onbewust) weg te krijgen, of te onderdrukken. Wanneer er slaperigheid of onrust is bijvoorbeeld, dat willen we niet. We willen misschien gewoon kalm zijn en een vredig gevoel ervaren. Maar wanneer we niet opmerkzaam zijn op het niet willen van die hindernis, op de aversie of weerstand ertegen, dan blijft het opkomen, wordt het steeds groter.
Het werkt net als een vuur. Als je een vuurtje hebt gemaakt, en je gooit er takken op, dan blijft het branden, of wordt het vuur misschien groter, hoger, warmer. De takken zijn bijvoorbeeld je gedachten. Dan komt er misschien een emotie bij (nog een tak) nog meer gedachten, et cetera. We voeden de hindernis op die manier en zo wordt deze juist sterker. En hoe vaker we dat doen, hoe vaker en hoe makkelijker de hindernis op kan komen. Op die manier kunnen bijvoorbeeld gewoontepatronen ontstaan. Zelfs als het vuurtje alleen nog maar een beetje smeult, dan kan het zo weer oplaaien. Denk bijvoorbeeld dat je een tijdje later het verhaal over dat akkefietje op de parkeerplaats aan je vriendin vertelt, dan kan zomaar weer de verontwaardiging of boosheid opborrelen. Dan voed je als het ware aversie, onrust, irritatie.
Maar als je geen takken meer op het vuur gooit, en alleen maar erbij blijft, dan dooft het vanzelf uit. Daar hoef je zelf niets voor te doen. Zonder voeding, sterft het weg. Dat is met de hindernissen net zo. De reactiviteit van onze eigen geest maakt, dat we in die hindernissen blijven hangen, dat we ze voeden. Wanneer de reactiviteit van de geest wegvalt, vallen de hindernissen uiteindelijk ook weg. Dan kunnen we een gevoel van rust of innerlijke vrede ervaren in het huidige moment.
Wat ons helpt om erbij te blijven zonder iets op het vuur te gooien, is een open en vriendelijke houding. In de Dhammapada staat: hatred never ceases through hatred, only love can do that. Met een open en vriendelijke blik naar die hindernissen kunnen kijken: ja, sufheid voelt zoals dit aan. Onrust voelt zoals dit aan. Niet mee te gaan in de inhoud van het verhaal, maar durven voelen hoe de hindernis zelf voelt en er met de aandacht bij te blijven. Met een open, geïnteresseerde, vriendelijke en geduldige blik. Ja, dit is er nu. Het dhammapada-citaat betreft I.5: Haat komt nooit tot bedaren door haat; door vriendelijkheid komt haat altijd tot bedaren - en dit is een eeuwige wet. pāḷi: na hi verena verāni sammantīdha kudācanaṃ averena ca sammanti esa dhammo sanantano. Woord voor woord: Niet (na) voorwaar (hi) door middel van haat (verena) haat mv. (verāni) zijn ze gekalmeerd (sammanti) hier (idha) op enig moment (kudācanaṃ). door middel van non-haat (averena) en (ca — verbindt deze zin met de vorige) zijn ze gekalmeerd (sammanti). Dit (esa) waarheid/wet (dhammo) eeuwig (sanantano).
Hoe meer je deze open en vriendelijke houding kunt ontwikkelen, en hoe verder je in de beoefening komt, hoe meer inzicht ontstaat in de hindernissen en gewoontepatronen die opkomen in de geest, hoe minder vaak ze opkomen, en soms onmiddellijk wegvallen wanneer ze gezien worden, of helemaal niet meer opkomen. Dan ontstaat er steeds meer ruimte om te kunnen kiezen je op een andere manier te verhouden tot die hindernissen. Dan wordt de geest minder reactief, en dan kunnen we ontspannen aanwezig zijn bij ervaringen die we fijn vinden, maar ook in momenten waarin het niet gaat zoals je wilt, kan er ontspanning en innerlijke rust zijn.
Voor de aankomende week kunnen we oefenen met de hindernissen herkennen.
Hoe voelt het in de geest? Hoe voelt het in het lichaam?
En hoe is de innerlijke houding naar de hindernissen?
* Terug naar het overzicht van de cursus vipassanā.