sahāyadhammamitta

vipassanā les 3
Login

Praatje over de vijf krachten basiscursus sept 2019

Vanavond gaat het over de 5 krachten, die zich ontwikkelen in de meditatie: vertrouwen (saddhā), inzet (virya), opmerkzaamheid (sāti), concentratie (samādhi) en wijsheid (pañña). De vetgedrukte woorden zijn de pāḷi woorden.

Waarom dit thema? De 5 krachten helpen ons om vuur te maken en in balans te komen, Ze helpen ook om meer zelfsturend –wat is zelf?- te worden of te zijn in je meditatie.

Mindfulness, sāti of opmerkzaamheid ontwikkelen kan je vergelijken met het op een ouderwetse manier vuur te maken: je wrijft de stenen net zo vaak tegen elkaar tot er vonkjes komen. In het begin kan het moeilijk voelen. Soms denk je dat er niks of weinig gebeurt. Maar dat is niet zo.. het manifesteert zich alleen nog niet. Wat gebeurt er als je er dan maar weer mee ophoudt? Dan moet je weer van voren af aan beginnen..Mindfulness moet meer en meer continu worden; dan gaat het minder inspanning vragen.

Wat is balans? Weet je nog hoe het was om te leren fietsen of heb je wel eens op een evenwichtsbalk gelopen? Het vraagt om training van verschillende krachten. Opmerkzaamheid kan in balans komen zodat harmonie en orde ontstaat.

1.  Het begint met vertrouwen, saddhā .

Vertrouwen begint als een klein zaadje. Je hebt het van iemand gehoord of je leest erover in een boek of je volgt een app.

Martin Luther King heeft gezegd: geloof of vertrouwen is een eerste stap zetten op een trap, terwijl je niet het hele trappenhuis kent.  Je toevertrouwen aan en openen voor het onbekende en het niet weten. Vertrouwen inspireert ons om te beginnen met spirituele beoefening.

Vertrouwen moet groeien, het kan niet anders dan dat het in het begin klein is. Een valkuil bij vertrouwen is blind vertrouwen: je stort je erin, meestal vanuit een groot verlangen om iets te hebben. Je zoekt het buiten jezelf. Voorbeelden zijn: Alles doen wat de leraar/guru zegt of je toevertrouwen aan een loverboy. De Boeddha heeft daarvoor gewaarschuwd omdat je dan niet in de gelegenheid bent om vertrouwen te toetsen. In een leerrede aan de Kālāma's  heeft hij daarvoor gewaarschuwd: Neem  niet iets aan omdat ik het zeg, geloof mijn woorden niet omdat anderen het geloven, of omdat je denkt dat ik gezag heb, maar zie en onderzoek het in je eigen praktijk van meditatie. Onderzoek het zelf.

Ga maar eens bij jezelf na, welke mensen je vertrouwt en waardoor dat komt. Als ik dat bij mezelf doe dan kom ik uit op eerlijkheid, afspraken die nagekomen worden en weten wat je aan iemand hebt, duidelijkheid. Vertrouwen moet groeien. Bij een verschil van mening moet je de ervaring hebben dat je eruit komt. Zo werkt het ook in de meditatie. Je moet ontdekken dat het waar is wat wij zeggen, dat de methode vruchten brengt en hoe jij met de methode kan werken. Je moet ontdekken of het waar is wat de Boeddha gezegd heeft. Je moet het toetsen. Geverifieerd of gegrond vertrouwen zorgt voor een sprong voorwaarts. We weten dan zelf dat het waar is wat gezegd wordt.

En hoe werk je aan vertrouwen? Als je vertrouwen mist kan je altijd je de kwaliteit van vertrouwen herinneren door voorbeelden te zoeken waarin je het wel had. Of waar je het om je heen ziet.

Dit is de eerste kracht. Als er vertrouwen is, wil je je inzetten.

2.  De tweede kracht is virya/inzet of energie.

Virya in pāḷi stamt af van vira, wat held betekent. Virya is de actie en staat van geest van iemand die heldhaftig, krachtig en energiek is.

Energie en inzet helpt om onheilzame staten van de geest los te laten, de heilzame te ontwikkelen en te laten voortduren. De inzet is gericht op het bereiken van heilzame staten van geest en het uitvoeren van heilzame acties. De inzet kan standvastig en sterk worden en doorgaan tot het doel bereikt is.

In het begin van een basistraining is inzet nodig. De puppytraining is nu steeds weer de geest terug brengen naar het object. Hoe voed je een jonge hond op?

Je blijft op een vriendelijke en kalme manier opletten, de hele tijd, op tijd, het juiste object. Guarding the sense doors: je ogen, je oren, je neus, je tong, je tast en je denken. Een voorbeeld van het dagelijks  leven: Wat merk je bijvoorbeeld op als je aan het koken bent? Hoe reageer je op geur? Waar komt verlangen op en wat proef je en waar is het lekker of niet zo lekker? Merk je de poorten van de zintuigen op?

Maar wat is nu juiste inspanning?

De Boeddha vergeleek juiste inspanning soms met het stemmen van een luit. Zijn de snaren te slap, dan brengt de luit amper geluid voort. Zijn de snaren echter te strak gespannen, dan klinkt de luit lelijk en schel. Een juiste spanning van de snaren is nodig willen ze een mooi geluid voortbrengen.

3.  Dan hebben we de derde heilzame kracht: opmerkzaamheid.

De opmerkzaamheid wijst de dingen aan. Sāti wijst aan wat nodig is voor balans tussen de 5 factoren, welk object op de voorgrond staat. Weet of er overmaat aanwezig is van energie of dat er weinig vertrouwen is. Het zelfsturend vermogen of zoals Mark Epstein zegt: herinneren van het heden. Enerzijds is er sprake van een open en accepterend bewustzijn van wat zich op het moment als geestelijke of lichamelijke ervaring aan je voor doet. Anderzijds is er subtiel aanstippen, noteren of benoemen van een object. Het kenmerk van sāti, opmerkzaamheid is tegenwoordigheid van geest. Haar functie is het niet vergeten, negeren of overslaan wat er zich op het moment, hier en nu op de voorgrond is. Opmerkzaamheid manifesteert zich als bescherming tegen het onbewust verder geconditioneerd worden door gedachten, emoties en zintuiglijke prikkeling en onheilzame bewustzijnstoestanden.

Er zijn 4 grondslagen voor opmerkzaamheid:

4.  De vierde heilzame kracht is concentratie, samādhi (concentratie) wat samenbrengen betekent, de geest focussen op een object. De karakteristiek is niet verstrooid en niet afgeleid zijn. Concentratie heeft als kracht het verzamelen of bundelen van het bewustzijn in een object. Samadhi kan je omschrijven als het vergrootglas of de focus waardoor het object van meditatie wordt waargenomen.

Er kunnen 3 soorten onderscheiden worden:

Bij vipassanā meditatie gaat het om moment tot moment concentratie, waarbij objecten wisselen. Basisobject of anker is het rijzen en dalen van de buikwand, de zitbotten, of je handen. Het accent ligt op wat zich hier-en-nu voordoet zonder weg te zakken in een specifiek object. Elke lichamelijke of mentale ervaring is in principe geschikt als meditatieobject. Maar in het begin is het belangrijk om steeds weer de aandacht te brengen naar het anker. Een lichte moment concentratie is voldoende, waarbij er altijd een subtiele afstand tot het object blijft, door het te benoemen of te registreren. Deze vorm van concentratie ontwikkelt zich druppelsgewijs en krijgt langzaam verdieping, zonder te gaan overheersen.

5.  De vijfde kracht is wijsheid of pañña. Inzicht, begrijpen waar het over gaat. Het begint met inzicht in hoe jouw leven in elkaar zit en hoe je dingen doet, wat heilzaam is en wat niet. Je leert loslaten, het leven kan lichter gaan voelen.

De karakteristiek van wijsheid is het doorgronden van de realiteit van de dingen. Zij heeft als werking het werpen van licht in de duisternis. Het betekent dat er een intuïtief begrip is over wat er hier en nu gebeurt en van het object van observatie. Het verwijst naar het gaan zien van of begrijpen van bepaalde karakteristieken die inherent zijn aan het leven. nl de vergankelijke, onbevredigende en oncontroleerbare aard van het bestaan. Dit begrip is niet gebaseerd op gedachten maar op heldere waarneming. Het verwijst naar een innerlijk weten hoe je op een wijze en vaardige manier met de wisselvalligheden van het leven kunt omgaan.

De 5 krachten kunnen uitgelegd worden door middel van een metafoor van een koets, met 4 paarden. Voorop lopen vertrouwen en wijsheid, daarachter inzet en concentratie en opmerkzaamheid zit op de bok, dat is de aanwijzer, de koetsier. Teveel vertrouwen en vooral blind vertrouwen doet de koets ontsporen; deze kracht moet in balans gebracht worden met inzicht en wijsheid. Teveel boekenkennis kan de koets ook doen ontsporen. Er moet balans zijn tussen helder begrip en vertrouwen.

Teveel inspanning of inzet lijdt naar rusteloosheid en teveel concentratie leidt naar traagheid van geest. Ook hier is evenwicht van belang. Opmerkzaamheid zit op de bok. Dat kan nooit teveel zijn. Die weet welk paard aangemoedigd moet worden.

In Vipassana kan je zien dat mindfulness of opmerkzaamheid nooit alleen opereert. Ze wordt ondersteund door vertrouwen en helder begrip en door inzet en concentratie. Als de 4 krachten in balans komen ontstaat er een bundel, waardoor diep in het bewustzijn waargenomen kan worden.

De opdracht van de week: Waar herken je vertrouwen in de beoefening en hoe is het met je inzet? En wat volgt daar uit aan opmerkzaamheid, concentratie en/of inzicht?

* Terug naar het overzicht van de cursus vipassanā.