sahāyadhammamitta

vipassanā les 4
Login

Twee werkelijkheden (2 realities or 2 truths) en proces van waarneming (process of consciousness)

Vanavond gaan we met behulp van deze onderwerpen dieper in op het verschil tussen de directe ervaring, de directe waarneming van zien, horen, ruiken, voelen et cetera en onze reacties erop en onze ideeën en opvattingen erover. Wanneer we het verschil meer gaan zien dan kunnen we ook meer los komen van reactiviteit. We zien dat er vaak onheilzame gewoontepatronen onder al die reacties te vinden zijn die ons niet verder helpen op de weg van vrijheid en vrede. En we kunnen gaan oefenen om die onheilzame patronen geen voeding meer te geven en in plaats daarvan heilzame patronen te gaan ontwikkelen.

De 2 werkelijkheden

Conceptuele werkelijkheid

Je zou kunnen zeggen dat het hier gaat om hoe wij de wereld normaliter ervaren.

Denk aan het voorbeeld van de blindgeboren man die op volwassen leeftijd voor het eerst ziet. Na de operatie keek hij om zich heen en hij zag bijvoorbeeld vormen, licht en donker, beweging. Hij hoorde de stem van zijn arts en daardoor begreep hij opeens dat de vorm waar die stem uit kwam het gezicht van zijn arts moest zijn.

We kunnen ons haast niet voorstellen dat een gezicht alleen een concept is dat in onze geest wordt opgebouwd en dat de pure waarneming echt anders is. Dat komt, omdat dat opbouwen ervan zo snel gaat in onze geest. Als je terug denkt aan hoe je dingen hebt aangeleerd dan wordt dat misschien wel duidelijker.

Een voorbeeld is leren lezen. Dat gaat in het begin met de letters b-a-l, dan een heel woord 'bal', dan hele zinnen en dan begrijpen we ook meteen wat we lezen. Zo kun je goed zien dat er als het ware een wereld wordt opgebouwd in de geest.

Dat proces van opbouwen gaat bij ons inmiddels zo snel dat we het niet meer door hebben dat het gebeurd. Vervolgens denken we dat die concepten de echte wereld zijn.

Dit zit zo diep aangeleerd dat we bijvoorbeeld denken dat een yogamat ook echt een yogamat is en geen deurmat. Denk aan het voorbeeld dat je een yogamat voor de deur ziet liggen; je zou proberen erover heen te springen in plaats van er je schoenen aan af te vegen. We hebben namelijk afgesproken met elkaar dat een yogamat is om oefeningen op te doen en een deurmat is om je schoenen aan af te vegen. Wanneer een blind persoon zou binnen komen en iets onder zijn voeten zou voelen dan zou hij of zij wel zijn schoenen afvegen.

Deurmat, gezicht, yogamat, het zijn allemaal concepten. De conceptuele werkelijkheid is een resultaat van wat we met ons alleen hebben aangeleerd en afgesproken. Wat we onder andere hebben meegekregen van onze ouder en op school, onze ervaringen binnen onze cultuur en religie zijn allemaal zaken die hierop van invloed zijn.

We zien de wereld dus steeds door een kleurtje. Het is alsof we steeds verschillende zonnebrillen op hebben. Wanneer we niet door hebben dat onze werkelijkheid gekleurd is, hoe meer we denken dat onze eigen conceptuele werkelijkheid DE enige echte werkelijkheid en DE waarheid is, hoe meer we in conflict komen. In conflict met de realiteit, en met onszelf. We komen ook in conflict met de ander. Conflicten kunnen nog heel heftig worden, van burenruzies tot oorlogen tussen landen.

Hoe meer we door gaan hebben dat we de werkelijkheid door al die zonnebrilletjes heen gekleurd zien, hoe meer we ook gaan begrijpen dat de ander heel andere kleurtjes zonnebrillen op kan hebben. Over datzelfde wat we zien, ruiken, horen, et cetera kan die ander heel andere opvattingen hebben. Simpel gezegd ervaren we de conceptuele werkelijkheid allemaal anders. Denk weer aan de yogamat. We hebben afgesproken dat dat iets is om oefeningen op te doen. Maar als je een yogamat bij de deur legt en een blinde komt binnen, dan voelt hij, aha dit is iets waar ik mijn schoenen aan kan afvegen. Of als een klein kind de yogamat ziet, bedenkt hij misschien dat hij er een soort tentje van kan bouwen om zich heen.

Inzicht in de conceptuele werkelijkheid en in het proces van waarneming helpt ons niet alleen om te begrijpen dat we de werkelijkheid gekleurd zien en dat we die zonnebrillen op hebben, maar het helpt ons ook om die zonnebrillen te kunnen gaan afzetten. Pp die manier kunnen we meer in harmonie leven met datgene wat we ervaren, met onszelf en met elkaar.

Misschien denk je dat concepten dan verkeerd zijn, als ze leiden tot al die conflicten. Maar concepten zijn van zichzelf eigenlijk niet goed of fout. Het is onze gehechtheid eraan die maakt, dat we in conflict komen. Concepten kunnen heel handig zijn en kunnen ons helpen in het dagelijkse leven. Denk aan het voorbeeld van de deurklink en de deur. Het is natuurlijk handig om te weten dat je op die manier de kamer uit kan komen.

Ultieme werkelijkheid

Je zou kunnen zeggen dat achter die conceptuele werkelijkheid nog een andere werkelijkheid ligt, namelijk de ultieme werkelijkheid. De conceptuele werkelijkheid ervaren we allemaal anders maar de ultieme werkelijkheid ervaren we allemaal hetzelfde.

Denk aan het voorbeeld van je hand leggen op de yogamat. Je ervaart misschien zachtheid en kou. Iemand die blind is of een klein kind dat niet weet dat het een yogamat is, ervaren ook zachtheid en kou wanneer ze er hun hand op leggen. Dat is iets dat we ook steeds oefenen om te zien en ervaren in de meditatie. Denk bijvoorbeeld aan de loopmeditatie. Voet en vloer zijn concepten maar hardheid, druk, lichtheid, zwaarte, warmte, kou, dat raakt aan de ultieme werkelijkheid.

Hoe meer we vertrouwd raken met de ultieme realiteit, hoe meer we ons bewust kunnen worden van al die concepten en het misschien wat losser vast houden. Dan kunnen ze ons van dienst zijn maar hoeven ze niet tot confict te leiden in onszelf en kunnen we bijdragen aan meer harmonie richting anderen.

Proces van waarneming

We kijken een stap verder: Hoe worden al die concepten dan in de geest opgebouwd? Daarvoor gaan we kijken naar het proces van waarneming. Dit proces beschrijft hoe zintuiglijke processen verlopen in de geest, dus het horen, zien, ruiken, et cetera. In dit geval gebruiken we een voorbeeld van horen van een borende en klussende buurman.

Het proces heeft veel onderdelen. Wij kijken naar vier ervan:

  1. moment van contact / moment of contact
  2. gevoelstoon (prettig onprettig of neutraal) / feeling tone
  3. perceptie / perception
  4. conditionering / conditioning

Ad 1. Het waarnemingsproces begint met het moment van contact. Dat is het moment waarop er drie dingen samen komen, waardoor horen tot stand komt: een geluid, een oor dat werkt en het oorbewustzijn. Zonder één van deze drie is er geen horen. Zonder oor, geen horen. Zonder geluid, geen horen. Zonder oorbewustzijn ook geen horen. Denk maar dat als je bijvoorbeeld intensief aan het werk bent achter je laptop, je op zo’n moment soms niet hoort wanneer iemand je iets vraagt. Er is dan geen bewustzijn dat horen registreert, alleen bewustzijn gericht op het denkend. Wanneer het contact tussen geluid, oor en oorbewustzijn tot stand komt, ontstaat de zuiver zintuiglijke waarneming horen. Geen labels, geen kleuringen van wat we ervan vinden, alleen het pure horen.

Ad 2. Al snel komt dan de gevoelstoon op: de geest plakt een etiketje; prettig, onprettig of neutraal. (We laten neutraal even achterwege op dit moment.) In dit geval is de gevoelstoon onprettig. Je zou kunnen zeggen dat de geest op ieder moment, op elke ervaring die we hebben, het etiketje van een gevoelstoon plakt.

Gevoelstoon is een belangrijke mentale factor. Wanneer we deze gaan herkennen in het proces, hier als het ware “aanhaken” in het waarnemingsproces, dan is dat het punt voordat alle verhalen, conditioneringen (zie ad 4) opstarten. In de meditatie wordt dan horen het nieuwe object van aandacht dat op de voorgrond komt en is er verder geen verhaal, oordeel, irritatie of wat dan ook. De geest kan ontspannen en kalm bij het horen blijven. In het dagelijkse leven kan dat ook zo doorwerken. Het geeft zoveel meer rust, ontspanning, vrijheid, als je buurman kan klussen en boren en jij gewoon rustig van je weekend kan genieten zonder geirriteerd te raken. In het begin is het echter heel moeilijk om zo 'vroeg' in het proces al te zien wat er gebeurt. Vaak zijn dan die reactiepatronen al op gekomen.

Daarom kunnen we beginnen met oefenen om de gevoelstoon te leren zien op andere momenten. Want hoe meer we hiermee oefenen, hoe makkelijker we de gevoelstoon gaan herkennen. Omdat de geest op iedere ervaring steeds weer dat etiketje van gevoelstoon plakt, hebben we ieder moment weer de mogelijkheid om het te oefenen.

In de meditatie kunnen we dat bijvoorbeeld oefenen als we sensaties in het lichaam benoemen. is dit prettig of onprettig? Wanneer we in een verhaal zitten, kunnen we dat ook onderzoeken: wat is de gevoelstoon nu, prettig of onprettig? Wanneer er horen is, is dat prettig of onprettig?

In het dagelijkse leven kunnen we hier ook mee oefenen: Wanneer we snel onze schoenen aan doen, staan te wachten voor het stoplicht, zonlicht op ons gezicht voelen, de regen tegen de ramen horen tikken. Dit kunnen allemaal momentjes zijn om even te onderzoeken: voelt dit prettig, onprettig?

Op deze manier kunnen we steeds meer bekend raken met gevoelstoon ervaren en deze steeds sneller opmerken zodat we minder lang in onze reacties op wat we (in dit geval bij het horen van boren) blijven 'hangen'. Wanneer we de gevoelstoon benoemen kan er ook meer afstand komen tot het verhaal, het denken en de emoties waarin we meegesleurd raakten. Daardoor kunnen we soms makkelijker uit het verhaal stappen, er los van komen.

Oefenen met het opmerken van gevoelstoon kan dus heel ondersteunend zijn voor je meditatie en voor het dagelijkse leven.

Ad 3. Dan komt er een moment van perceptie, het tweede etiketje dat de geest plakt. Het horen wordt vergeleken met alle informatie die de geest heeft zoals eerdere ervaringen, herinneringen en opgedane kennis. De geest vergelijkt het horen van het geluid met onze 'interne database'. Wanneer de geest een match vindt met wat wordt gehoord, plakt de geest er een tweede etiketje op: dit is boren (een concept).

Ad 4. Heel snel daarna, wanneer er weinig opmerkzaamheid en inzicht is, komt een conditionering op. Dit gedeelte herkennen de meesten van ons inmiddels wel. Het is de reactiviteit die in de geest ontstaat na een zintuiglijke waarneming. We zijn dan niet meer bezig met de waarneming van horen maar vertellen onszelf er al allerlei ideëen en verhalen over. Dat zou kunnen zijn: wat irritant, als ik net even tijd voor mezelf heb wordt het zo verpest; dit gebeurt me zo vaak. Het is dan een vorm van zelfmedelijden. Wat ook kan: wat vervelend, die buurman is ook altijd aan het klussen, irritante vent. Dit is boosheid op de ander. Of: wat stom dat ik niet eerder ben gaan zitten want hij boort altijd op dit tijdstip; zelfkritiek. Het wordt een wirwar van gedachten, emoties en verhalen waarin we helemaal verstrikt kunnen raken, waarin we meegesleurd raken: conditionering. Wanneer we de conditioneringen gaan onderzoeken die in de geest opkomen dan kunnen we gaan opmerken dat bepaalde gewoontepatronen vaak opkomen. Voorbeelden zijn zelfkritiek geven en boos worden op de ander. Er zijn er nog veel meer.

Onderzoek eens bij jezelf welke patronen regelmatig opkomen. De inhoud van het verhaal kan verschillen maar de manier waarop we tegen onszelf praten blijft hetzelfde. Hoe meer je bekend wordt met die gewoontepatronen, hoe minder voeding je eraan geeft en hoe minder sterk ze worden, hoe minder vaak ze op den duur op zullen komen en hoe meer je ook meer heilzame reactiepatronen kunt gaan ontwikkelen.

Dit is een voorbeeld met een onprettige gevoelstoon; boren klinkt als een onprettig geluid. Onze standaardreactie op onprettige ervaringen is aversie, irritatie, het proberen weg te krijgen. Maar het kan ook zo zijn met prettige ervaringen; dat we in verhalen verstrikt raken en onheilzame conditioneringen opkomen. Dat komt doordat we geneigd zijn alles wat prettig is vast te willen houden, langer willen laten voortduren, terug proberen te krijgen of angst hebben dat het van ons wegvalt. Denk bijvoorbeeld aan vogelzang. Ook bij waarnemingen met een prettige gevoelstoon kunnen we onderzoeken wat daarvan de onheilzame conditioneringen zijn.

Opdracht:

Verder gaan met het mediteren zoals we nu al doen ☺

Daarnaast: probeer eens te oefenen met gevoelstoon benoemen, prettig of onprettig.

En kijk of je kunt zien welke conditioneringen vaak bij jou opkomen, welke gewoontepatronen?

* Terug naar het overzicht van de cursus vipassanā.