sahāyadhammamitta

vipassanā les 5
Login

Praatje Vier Edele Waarheden oktober 2019.

De levensloop van de Boeddha in vogelvlucht: Geboren als een prins, die alles kon krijgen wat zijn hartje begeerde. Beschermd opgegroeid. Met zijn dienaar op onderzoek uit. Een oude, zieke en dode man ontmoeten. Geschokt door hoe het leven is. Een kalme monnik ontmoeten die alle weelde opgegeven had. Op 29-jarige leeftijd verlaat hij vrouw en kind. Scheert zijn hoofdhaar af en laat alle bezit los. Leerling van twee wijze mannen maar dat is niet wat hij zoekt. Trekt alleen het woud in. Oefent met vijf asceten zelfkastijding. Besluit dat ook dit niet de weg is, begint weer te eten en gaat in India onder de boom zitten, maakt de belofte dat hij niet op zal staan tot hij de verlichting bereikt heeft. Duurt enige tijd, ontmoet Māra en tegen de ochtend is hij verlicht. Twijfelt of er mensen zijn die weinig zand in de ogen hebben en of ze in staat zullen zijn om het te begrijpen.

Vanavond gaat het over de 4 edele waarheden. Wat is waar? Wat is edel? Edel betekent volgens het woordenboek: verheven, uitmuntend of voortreffelijk. Waar is verbonden met realiteit en staat recht tegenover illusie.

Wat zijn de 4 edele waarheden?

  1. Er is lijden.
  2. Er is een oorzaak voor het lijden
  3. Het lijden kan opgeheven worden
  4. Er is een pad, wat lijdt naar het einde van het lijden.

De Boeddha begon na de verlichting met zijn eerste leerrede aan de eerder genoemde vijf asceten, in Benares. Een tijd lang heeft hij zich afgevraagd of hij zijn inzichten zou kunnen delen maar op een gegeven moment kreeg hij de ingeving dat er wél mensen waren 'met weinig zand in de ogen'. Uit compassie heeft hij het wiel van de Dhamma in beweging gezet.

De Eerste Edele Waarheid.

De diagnose is dat er lijden is. Er is alledaags lijden, zoals een opmerking die verkeerd valt, een vriend die niet groet, of een trein missen. Er is lijden wat veel impact heeft, zoals ziekte, geweld, ongelukken, ouderdom en dood.

Stress of lijden kan ook gemengd zijn met geluk. Je gaat op vakantie maar moet wel een dag lang in de file zitten. In de retraite is het heerlijk rustig, maar je komt pijn tegen in het lichaam.

Er is fysiek lijden, die samenhangt met het lichaam  in het pāḷi: rūpa in de vorm van ziekte, ouderdom en dood, wat onontkoombaar is voor iedereen. Maar op het fysieke lijden komen mentale reacties. Als ik mijn pols breek is er niet alleen de fysieke pijnlijke sensatie van pijn in de pols, maar er is ook zorgen maken, hoe moet het nu verder, of boosheid, zelfverwijt. Dit zijn mentale reacties in de geest, nāma in het pāḷi.

Er is relationeel lijden. Er is maatschappelijk lijden. Er is pijn van ergens niet bij te horen. Van anders zijn dan de gemiddelde klasgenoot of collega. Pijn van meer of minder maatschappelijk gewaardeerd worden vanwege kleur, klasse of geaardheid. Pijn van weinig mogelijkheden en kansen hebben door lichamelijke  of financiële en tekorten.

Het lijden is er niet omdat we slecht zijn of het geluk niet waard zijn maar vanwege onze complexe conditioneringen, onze fysieke en relationele en maatschappelijke mogelijkheden. En.. we hebben een voortdurende hunkering naar geluk. Kleine overwinningen en verliezen zijn voortdurend aan de orde van de dag. Dan worden we geprezen, dan weer verguisd en hierin kunnen we de geconditioneerde geest opmerken. Er lijkt geen ontvluchten mogelijk.

Zolang we een lichaam hebben zal er ook pijn en oncomfortabel voelen zijn. Je kan niet vluchten, uit het gegeven dat de wereld om ons heen voortdurend veranderd en dat wijzelf voortdurend veranderen. De enige weg om uit het lijden te komen is als je het toelaat. The only way out is the way in…

De Boeddha heeft het zo gezegd in zijn eerste leerrede, vlak na zijn verlichting 2500 jaar geleden: Geboorte is lijden, ouder worden is lijden, ziekte is lijden, dood is lijden. Zorgen maken, klagen, pijn, verdriet, boosheid en wanhoop zijn lijden. De Boeddha vervolgt: verbonden zijn met het niet-geliefde is lijden, gescheiden worden van het geliefde is lijden en niet krijgen wat men wil is lijden. Kortom de 5 groepen, die het object zijn van hechten is lijden: te weten..lichaam, voelen, waarneming, bewustzijn en conditionering.   (De eerste leerrede is de dhammacakkappavatana sutta.)

Als je goed van binnen kijkt, wat denk jij dan over de oorzaak is van het lijden? waardoor denk je dat het komt, wie of wat geef je er de 'schuld' van? Zijn het je ouders, is het god, de maatschapij die niet deugt of de gebeurtenis toen en toen? Is het het ongeluk of de echtscheiding  of geef je jezelf de schuld van het lijden? In de westerse psychologie kijken we naar trauma’s als oorzaken. Niet dat trauma’s geen pijn doen... ze doen zeker pijn en het is heel goed dat er psychotherapie is die helpt om trauma’s los te laten! Alleen... zijn ze de oorzaak van lijden?

De Tweede Edele waarheid

De Boeddha zegt: Wat, vrienden, is de edele waarheid van de oorsprong van het lijden? Het is begeerte, welke vernieuwing van Zijn (wedergeboorte) teweegbrengt en vergezeld wordt door genoegen en hartstocht; genoegen in dit en dat; dat is de honger naar zintuiglijk plezier, de honger naar bestaan, (om er te zijn) en de honger naar niet- bestaan (om er niet te zijn).

Zodra de wereld de zintuigen raakt, wordt een zelf geboren en verlangen komt op; verlangen naar plezier, naar veiligheid en naar het leven zelf. Dit zelf hunkert naar deze dingen en klampt zich vast. We klampen ons vast aan ons verlangen naar wat we willen hebben en ook klampen we vast aan onze angst om te verliezen wat we hebben. De spanning verbonden aan deze hunkering is de wortel van lijden. Als kinderen leren we welk contact met de zintuigen plezierig en onplezierig zijn. We vormen voorkeuren en afkeren. We ontdekken dat voorkeur en afkeer wederkerig zijn: het einde van het onprettige is prettig. Het einde van het prettig is onprettig.

We proberen plezier te koesteren en pijn te vermijden. Daarbij eigenen we ons materie en concepten toe, die we als 'van ons' beschouwen. Wat van mij is, kan niet van jou zijn. Dit is mijn lichaam, mijn spullen, mijn gedachten goed, mijn dhammatalk.

Het verlangen om er te zijn is verbonden met de angst om niemand te zijn. Je wilt graag zien dat mensen je waarderen, voor het werk, wat je doet, de manier waarop je dingen doet. Op het moment dat je je baan verliest kan het voelen alsof je doodgaat. Als mensen niet meer waarderen wat je doet ook. Overleving vraagt om veiligheid. De angst voor de dood moet afgeweerd worden. ****


De tegenhanger hiervan is het verlangen om er niet te zijn en de angst om gezien te worden. De Boeddha noemt dit de noodzaak om te ontsnappen, de wens om uit een bepaalde situatie te zijn, iets afwijzen of iets kwijt willen raken. Je sluit je op in je veilige holletje. Thuis, achter de krant, bijvoorbeeld.

Hunkering kan verlaten worden. We hoeven er geen prioriteit aan geven of het voeden. We kunnen taṇhā omzetten in chanda:  de wens naar liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, mede vreugde en gelijkmoedigheid.

Wat is de Derde Edele Waarheid?

Verlangen veroorzaakt lijden dus als deze verlangens verminderen, wordt ook het lijden verminderd. De Boeddha onderwees de de Derde Nobele Waardheid: Wat is de nobele waarheid van het ophouden van het lijden? Het vervagen en ophouden, verzaken, afstand doen van, ontspannen, loslaten van het grote verlangen zonder dat er iets achterblijft. Het dooft uit.

Dat is een heel sterke uitspraak. Gegeven de sterke biologische en psychologische basis van het verlangen is het radicaal om te zeggen dat

Hoe zou het zijn om met minder verlangen te leven? Hoe zou het zijn om de wereld te zien en mensen te ontmoeten, vrij van obsessies die onze gedachten in beslag nemen en onze emoties in de running houden.   Het zou simpeler kunnen zijn, dan het op het eerste gezicht lijkt.

We hoeven niet te proberen om gelukkig te zijn, je hoeft niks aan te nemen wat je niet zeker weet, je hoeft niet uit het verband te gaan met andere mensen. We kunnen spreken over een storm, die geluwd is. Gewoonlijk denken we niet aan geluk in termen van iets dat beëindigd is maar meer in termen van goede dingen die gebeuren of dingen krijgen die we willen hebben. Echter, als we het leven goed observeren en zorgvuldig nadenken over wat we zien dan wordt het helder dat de verlangens ons behoorlijk gespannen maken. Het loslaten van deze spanning voelt erg goed. De Boeddha heeft vaak onderwezen dat het een geleidelijke uitdoving is van verlangen. Het refereert aan een rustige verandering in onze hart-geest.

Elk moment van echt zien en loslaten is een moment van vrijheid en conditioneert het volgende moment.

Vredige momenten nemen toe in frequentie terwijl verlangen en spanningsvolle momenten afnemen. De kwaliteit van het leven verbetert. Deels worden zekere kwaliteiten ontwikkeld als heldere waarneming, mededogen, wijze aandacht en inzicht. Maar fundamenteel is de focus gericht op het vervagen van het verlangen. Wat overblijft is gemak, goedheid, wijsheid en vreugde. We zijn aangekomen op de Middenweg. De vrede geboren uit het afnemen van verlangen is voortreffelijk en stabiel. In het vredige moment is er geen vastklampen en geen spanning,ook niet naar vrede. De geest is kneedbaar, het hart ontvankelijk. We mogen in dynamische omstandigheden zijn maar onze openheid en vaardigheid laten zich door deze condities niet van de wijs brengen.

De vierde edele waarheid.

4. En wat monniken, is de edele waarheid van de weg die leidt tot het ophouden van het lijden? Het is het Edele Achtvoudige Pad, te weten, een zienswijze gericht op helder begrip, de goede intentie die daaruit voortvloeit, het ‘juiste’ spreken, het ‘juiste’ handelen, de ‘juiste’ wijze van levensonderhoud, de ‘juiste’ inspanning, aandacht en concentratie.


Het wiel van de Dhamma komt in beweging.


* Terug naar het overzicht van de cursus vipassanā.