Afsluiting
Vraag: Delen van ervaringen van de avond en hoe nu verder? Open vraag. Hoe zie je jezelf verder gaan? Past het je? Wat kan behulpzaam zijn?
Welkom in doorgaande groep
Welkom op meditatiedag
les 6: de Drie Kenmerken
Vanavond wil ik iets delen over de Drie Kenmerken. De Boeddha vertelde dat wat we ervaren in het dagelijkse leven, zoals we dat kennen, dat dat eigenlijk altijd drie kenmerken heeft. Dit is best een ingewikkeld onderwerp. We hoeven het ook niet meteen allemaal te begrijpen en te zien maar hoe meer we inzicht we krijgen in die drie kenmerken, deze werkelijk gaan zien en ervaren, hoe verder we worden geleid op het pad van innerlijke vrede en geluk.
Het eerste kenmerk van het leven is anicca, verandering of vergankelijkheid (change impermanence).
Dat hebben we al in onze meditatie een beetje gezien: het komen en gaan van allerlei fysieke en mentale verschijnselen. Pijn verandert van intensiteit, van plek, van soort pijn (doffe pijn, steken, prikken); jeuk komt op en gaat, emoties komen en gaan, we zijn niet altijd boos en niet altijd vrolijk. Datzelfde geldt ook voor gedachten. Alles verandert voortdurend.
In het Westen worden we aangemoedigd achter die veranderende dingen aan te rennen, om daar ons geluk in te zoeken. We willen misschien een grotere auto, die andere baan met leukere collega’s. Dat steeds nastreven maakt echter niet gelukkiger. Anders waren de meesten van ons in het Westen inmiddels wel supergelukkig. Hoe meer we mediteren, hoe meer we gaan zien dat we blijvend geluk zoeken in dingen buiten onszelf, in dingen die niet blijvend zijn.
Dan komt de terechte vraag: maar hoe kun je blijvend vrede of vreugde vinden in niet-blijvende zaken? En dan komt het antwoord: nee, dat kan óók niet. Als we het in al die niet blijvende dingen zoeken dan blijven we zoeken. Dan zitten we in een soort eeuwigdurende zoektocht naar van alles en dat geeft geen bevrediging.
Hoe werkt dat dan, even praktisch?
Ik denk bijvoorbeeld aan het eten van een lekker chipje. Heerlijk! Met genieten van een chipje op zichzelf, is niet persé iets mis. Dat is niet goed of fout. Maar goed, ik eet dan één chipje, en nog één, en nog één, nog een schaaltje en volgende week weer. Als ik dan vergeten ben een zak te kopen, wordt ik chaggerijnig. Want ergens, onbewust, denk ik dat ik happy wordt van dat chipje. Wat ik niet zie, is dat het maar een heel kortstondig geluksmomentje is. Ik zie ook niet dat dat niet door het chipje-eten komt, het object, maar door het heel even wegvallen van het verlangen naar dat chipje op het moment dat ik het in mijn mond steek, wat ontspanning geeft. Het is dus niet het object zelf dat een gevoel van geluk geeft. Als ik dat niet zie dan ga ik steeds weer proberen dat verlangen te bevredigen om steeds weer zo’n nieuw geluksmomentje te ervaren.
Zo werkt het eigenlijk met zo’n beetje alles. Denk aan een leuke activiteit met vrienden doen. Dan denk je wat jammer dat het voorbij is, hopelijk doen we het volgend weekend weer. Er is ook niets mis met het genieten van fijne dingen maar vaak doen we dat met een gehechtheid. Die gehechtheid maakt dat we dus vast komen te zitten in de zoektocht naar die fijne dingen om steeds weer het verlangen ernaar te bevredigen. Dit betekent ook dat we minder genieten van de prettige ervaringen die we meemaken.
We zien anicca, verandering normaal gesproken niet. Wanneer we dat niet zien, blijven we in die eeuwigdurende zoektocht rond rennen. Hoe meer we de dingen en ervaringen die steeds veranderen proberen vast te houden, hoe meer de ervaring gaat schuren en frictie geeft omdat de dingen nu eenmaal komen en gaan. Des te meer ervaren we ook dukkha of onbevredigendheid.
Dat is het tweede kenmerk: dukkha (unsatisfactoriness)
Dukkha is een Pāḷi woord waarvoor geen Nederlands woord bestaat dat de lading precies dekt. Het is heel breed. Bhikkhu Anālayo heeft ooit de vertaling van dukkha als volgt uitgelegd: du betekent moeilijkheid en kkha betekent het gat in een wiel van een ossenkar, waar de as in zit. Denk niet aan de huidige auto. Denk aan 2600 jaar geleden toen er geen machines waren om het perfect te slijpen en dergelijke. Het schuurt, geeft frictie en hobbelt en past nooit precies. Dit geeft aan hoe breed het woord dukkha is. Nynke gaf vorige week een vertaling aan met het woord lijden maar dukkha is veel breder. Je zou ook kunnen zeggen: ontevredenheid, ongemakkelijkheid, onvervullendheid, niet op rolletjes lopen, onbevredigendheid, ongelukkig zijn.
Dat is wat we ervaren als we veranderlijkheid niet zien: de onbevredigendheid van in die zoektocht blijven rondrennen.
Wanneer we de veranderlijkheid wel gaan zien, wordt ons gevoel van vrede en vreugde steeds minder afhankelijk van van alles in en om ons heen. Dan raken we aan een vreugde en geluk en vrede die blijvend is, ongeacht de omstandigheden. Dan kunnen we ontspannen in ervaringen die niet fijn zijn en ook ten volle genieten van de fijne dingen die we doen, zonder gehechtheid. Dan valt de onbevredigendheid van de zoektocht weg, dan komt er loslaten, dan is er vrijheid.
Tara Brach zegt:
Geluk en vrijheid verwerven we niet door ervoor te zorgen dat we steeds onze zin krijgen,
Door ervoor te zorgen dat de dingen in ons leven altijd lopen zoals wij willen,
Door het volgen van onze impulsen.
Geluk en vrijheid hangen af van de ruimte waarmee we ons verhouden tot onze omstandigheden.
Zonder al te sterke voorkeur of afkeer,
Zonder weg te duwen wat we niet fijn vinden,
En zonder naar dingen te grijpen die we wel fijn vinden.
Daar ligt vrijheid.
We kunnen oefenen met veranderlijkheid zien in de meditatie, door te benoemen: 'dit is verandering.' 'Hé, dit is nu weer anders.' Het kan ook in het dagelijkse leven, bijvoorbeeld in de bus.
<Illustratie geven> We kunnen zien dat alles komt en gaat. En soms, vooral met emoties en gedachten, kan het vooral in het begin nogal een uitdaging zijn om opmerkzaam te blijven en niet te worden meegesleurd. Behalve op het moment zelf echter kun je er ook achteraf op contempleren. Achteraf kun je zien dat je niet de hele dag boos of vrolijk was, niet de hele dag kortaf of vriendelijk.
Misschien heb je inmiddels al door, dat die drie kenmerken nogal met elkaar verweven zijn en dat klopt ook. Er wordt gezegd, dat wanneer je één van de kenmerken duidelijk ziet, je ze alle drie ziet. Dat is mooi nieuws want zo hebben we drie mogelijke ingangen om meer inzicht te ontwikkelen. Als het niet het ene kenmerk is dat ons aanspreekt, dan kan één van de andere kenmerken een ingang zijn naar meer wijsheid en vrede.
Tot slot het derde kenmerk uit, dat van oncontroleerbaarheid, anattā, geen onafhankelijk zelf. (Not independent self / uncontrollability)
We willen geloven dat we bijna het hele leven kunnen controleren, kunnen sturen. Eigenlijk zijn we ook de hele dag door bezig met onze ervaringen proberen te beïnvloeden en te veranderen, naar hoe we willen dat het is. Door de meditatie beginnen we langzaam te zien dat we juist heel weinig onder controle hebben.
We zien dat we de omstandigheden, andere mensen en situaties eigenlijk helemaal niet zo makkelijk naar onze hand kunnen zetten als we dachten. Sterker nog, zelfs dat wat we onszelf noemen, blijken we niet echt onder controle te hebben.
Kijk bijvoorbeeld eens naar het lichaam. Is dit mijn lichaam, ben ik daar de eigenaar of de baas van? Als ik het voor het zeggen had, zou ik niet ziek worden. Als ik verkouden was, zou ik kunnen zeggen: 'en nu ben ik weer beter.' Ik zou ervoor zorgen dat ik geen grijze haren kreeg. En de beperkingen die dit lichaam nu heeft, zou ik meteen weer opheffen. Maar werkt dat ook zo? Niet echt. Toch blijven we hardnekkig vasthouden aan het idee dat we dit lichaam zijn, of hebben en dat we er dus eigenlijk de eigenaar en baas van zijn. We identificeren onszelf er mee. Dat kan heel wat teleurstelling, angst, irritatie of schaamte teweeg brengen en dukkha wat door die identificatie mee opkomt.
Zo gaat het ook met emoties. Als het mijn emoties zijn, als ik er controle over zou hebben, dan zou ik zorgen dat ik nooit verdrietig was, bang, geïrriteerd of ongeduldig maar alleen vrolijk, ontspannen, open en vredig. We hebben intussen wel door dat dat niet zo werkt. Anders zouden we wel op ons kussentje kunnen gaan zitten en voor de meditatie tegen onszelf zeggen: 'zo, nu ga ik een kwartier lang geen pijn voelen en me alleen maar kalm en vredig voelen.' Ook al zien we dat dat niet werkt, toch blijven we onszelf met die emoties identificeren. Hoe vaak zeggen we niet: 'ik ben geïrriteerd, ik ben teleurgesteld, mijn emoties, van mij!'
Hetzelfde geldt voor gedachten. Als het bijvoorbeeld mijn gedachten zijn, of als ik mijn gedachten was, zorgde ik ervoor dat ik alleen maar fijne herinneringen ophaalde en leuke gedachten had. Niet van die zorgelijke of geïrriteerde gedachten.. oh nee, niet weer die was, strijk, geen nare gesprekken in mijn hoofd voeren en zo voort. Maar we hebben intussen al wel gemerkt, dat het zo niet werkt.
Rationeel kun je dat best begrijpen, die oncontroleerbaarheid. Ja, dat klinkt wel logisch, dacht ik in het begin. Hoe verder ik echter in de meditatie kwam, hoe meer ik dat ook op een dieper niveau ging zien, hoe meer ik het weten met je hart ontdekte; toen werd er ook van alles los gelaten. Toen werd er steeds minder geïdentificeerd met allerlei gewoontes en gedachten. Dan zei ik niet meer “oh ik ben toch altijd zo vergeetachtig of...”. Er was gewoon vergeetachtigheid, of een ander verschijnsel dat opkwam. Minder identificatie met de dingen brengt ook minder oordeel met zich mee. Een open houding maakt dat er dingen kunnen worden los gelaten. We hoeven niet meer op onze rug mee te slepen wat we allemaal moeten sturen en anders willen maken. Dat geeft zoveel minder zwaarte en zoveel meer lichtheid aan de ervaring en kost zoveel minder energie!
Nu is het best moeilijk om dit echt te zien en ervaren.
Wat kan helpen is de manier van de dingen benoemen in de meditatie (en dit kan ook in het dagelijkse leven).
We zeggen vaak 'ik ben boos of verdrietig of vrolijk.' Dat maakt dat we onszelf er verder mee identificeren en steeds verder in die identificatie verstrikt raken.
Je kunt ook zeggen 'er is boosheid, vrolijkheid, er is denken, voelen.' Dat helpt juist om onszelf minder te identificeren met de ervaring.
In het dagelijkse leven kun je dit zeker oefenen. Met anderen kan dat wat raar klinken: bijvoorbeeld als iemand vraagt hoe gaat het en jij zegt 'er is opgewektheid.' Maar je zou door de dag heen het wel kunnen denken. Bijvoorbeeld als je de vaatwasser uitruimt en denkt, gatver, ik heb hier geen zin in: er is aversie, geen zin hebben. Hoe meer we oefenen, hoe losser en meer ontspannen de ervaring kan worden.
Zelf heb ik gemerkt wat een opluchting het is wanneer verandering gezien wordt, hoe die voortdurende zoektocht onrust geeft bijvoorbeeld en wanneer dat helder gezien wordt, hoe je daarin kan ontspannen. Dan valt de zoektocht en onbevredigdheid weg en dat geeft zo’n innerlijke vrede. Net als wanneer er minder identificatie komt met van alles, en die reflex van alles willen veranderen en beïnvloeden wordt los gelaten. Niet meer voortdurend van alles moeten en hoeven doen. Dan gaan we meer vertrouwen in hoe het leven zich ontvouwt. Dan ontstaat een steeds diepere innerlijke vreugde en vrede die niet afhankelijk van allerlei omstandigheden is.
Ajahn Chah zei:
If you let go a little, there’s a little peace
If you let go a lot, there’s a lot of peace,
If you let go completely, there’s complete peace.
* Terug naar het overzicht van de cursus vipassanā.