de Vijf Hindernissen
Zie voor een meer uitgebreide uitleg van de Vijf Hindernissen les 2 van de cursus Vipassanā.
De Vijf Hindernissen, pañca nīvaraṇāni in het pāḷi, zijn vijf factoren in de geest die het ons moeilijk maken om goed of juist te mediteren. In wat diepere zin weerhouden ze ons ervan om als we dan toch mediteren de diepere stadia te bereiken, met name de jhāna's. De term nīvaraṇa betekent letterlijk bedekking of sluier. Ze bedekken een waarheid, ze versluieren wat is. Ze kunnen zo wel functioneren als een gids want waar is de werkelijkheid te vinden? Onder die bedekking, onder die sluier.
Klassiek gezien worden altijd de vijf hindernissen genoemd. Het overwinnen van de hindernissen en (dus) opwekken van de zeven verlichtingsfactoren wordt in meerdere teksten genoemd als cruciaal en kenmerkend voor het ontwaken van bodhisatta's in verleden, heden en toekomst.
- kāmacchanda: zintuigelijk verlangen, genot zoeken door de vijf fysieke zintuigen
- vyāpāda; soms byāpāda: kwaadwil, gevoelens van vijandigheid, rancune, afkeer/haat en bitterheid
- thīna-middha: luiheid en traagheid, halfslachtig handelen met weinig of geen inspanning en concentratie
- uddhacca-kukkucca: rusteloosheid en zorgen, onmogelijkheid om de geest te kalmeren en te richten op één punt
- vicikiccha: twijfel, gebrek aan overtuiging of vertrouwen in de eigen capaciteiten.
De sutta's noemen dit rijtje keer op keer en soms worden ze afgezet tegen hun tegenhangers, de zeven Factoren van Verlichting, de satta bojjhaṅgā of satta sambojjhaṅgā. Bodhi betekent ontwaken, anga betekent ledemaat of factor, in overdrachtelijke zin. Een voorbeeld is de Āvaraṇanīvaraṇasutta (SN 46.37).
"Monniken, er zijn deze vijf obstakels, hindernissen, verdorvenheden van de geest, verzwakkers van wijsheid. Welke vijf? Zintuigelijk verlangen... , kwaadwil... , luiheid en traagheid... , rusteloosheid en zorgen... en twijfel.
... Er zijn, monniken, deze zeven factoren van verlichting, die non-obstakels zijn, non-hindernissen, non-verdorvenheden van de geest, die wanneer ontwikkeld en gecultiveerd leiden tot de realisering van de vrucht van ware kennis en bevrijding. Welke zeven? De verlichtingsfactor van mindfulness... , de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid..."
Overwinnen van de hindernissen. In de satipaṭṭhāna sutta, MN 10 - zie ook de mahāsatipaṭṭhāna sutta, DN 22 - legt de Boeddha uit hoe de eerste hindernis kan worden overwonnen.
"Hoe, monniken, leeft een monnik overdenkend de mentale objecten van de vijf hindernissen als mentale objecten? Op deze wijze, monniken, wanneer zintuigelijk verlangen aanwezig is, weet een monnik 'Er is zintuigelijk verlangen in mij,' of wanneer zintuigelijk verlangen niet aanwezig is, weet hij 'Er is geen zintuigelijk verlangen in mij.' Hij weet hoe het ontstaan of het niet-ontstaan van zintuigelijk verlangen tot stand komt; en hij weet hoe het niet-ontstaan in de toekomst van het verlaten van zintuigelijk verlangen tot stand komt."
De volgende vier hindernissen worden op precies dezelfde manier omschreven. De Boeddha geeft de volgende vergelijkingen in de Samaññaphala Sutta (DN 2, De vruchten van het contemplatieve leven):
"Als de vijf hindernissen niet verlaten zijn in hemzelf, ziet de monnik dit als een schuld, een ziekte, een gevangenis, als slavernij, een weg door een desolaat landschap. Maar als de vijf hindernissen verlaten zijn in hemzelf dan ziet hij dit als vrij-van-schulden, goede gezondheid, bevrijding uit gevangenschap, vrijheid, een veilige plek."
Op min of meer dezelfde wijze vergelijkt de Boeddha in de Saṅgārava Sutta (SN 46.55) zintuigelijk verlangen met zoeken naar een heldere weerspiegeling in water vermengd met kurkuma, indigo of meekrap, kwaadwil met kokend water (dat borrelt), luiheid en traagheid met water bedekt met planten en algen, rusteloosheid en zorgen met water dat opgejaagd wordt door wind en twijfel met water dat troebel is, onrustig, modderig, verborgen in het duister. Steeds weer is er hetzelfde gevolg: je kunt jezelf niet zien zoals je echt bent.
Meer dan vijf hindernissen
Het valt direct op dat twee hindernissen als het ware dubbel zijn uitgevoerd. Ook in het oorspronkelijke pāḷi gaat het al om samenstellingen van twee naamwoorden. Toch worden ze direct al als één hindernis genoemd. Ze vallen als het ware samen tot één grondoorzaak en verduidelijken over en weer het geheel. Er is één tekst die meer dan vijf of zelfs zeven hindernissen noemt. Dit is de Verhandeling over Hindernissen, de upakkilesasutta, MN 128. Het is op zich een zeer interessant verhaal. De Boeddha vermaant in een lange, schitterende en poëtische preek de kibbelende monniken in Kosambi en legt op behoorlijk felle toon uit hoe het zit. Dan bezoekt hij Anuruddha en zijn metgezellen die op keurige wijze leven als bedelmonniken, ijverig en juist oefenend. Echter, als de Boeddha vraagt of ze ook bovenmenselijke inzichten hebben opgedaan - hij doelt hier op de jhāna's, niet op superkrachten - moeten zij dat ontkennen. Er zijn wel tekenen maar die vervliegen steeds weer, hoe lang en hoe goed ze ook mediteren.
De Boeddha zegt dan tegen Anuruddha dat hij dit ook heeft meegemaakt, toen hij nog een onverlichte bodhisatta was. Hij noemt dan elf verschijnselen die hem hinderden diepere stadia van concentratie en inzicht te bereiken. Er is overlap tussen de twee lijsten en het is goed mogelijk om op een gelijk punt uit te komen als we zoeken naar de onderliggende kern van de hindernissen. Er wordt wel gedacht dat dit een latere tekst is maar het lijkt waarschijnlijker dat het juist een oudere tekst is omdat latere schrijvers er waarschijnlijk geen hele hindernissen bij zouden verzinnen maar eerder hebben gegroepeerd en gesystematiseerd. Dit is niet zeker.
Upakkilesa wordt vaak vertaald als onvolkomenheden/imperfecties, verduisteringen, verontreinigingen of mentale onzuiverheden maar betekent eigenlijk hindernissen of mentale overlast. Deze sutta gebruikt bijvoeglijke naamwoorden.
- abhijappā, twijfelendhttps://fossil.2of4.net/Maarten/wiki?name=dhamma&p
Er is niks mis met gezonde scepsis. De Boeddha bedoelt hier verlies van geloof of vertrouwen in onszelf of de oefening of de Dhamma als geheel. Het gaat om een cynische geslotenheid van geest. Eén belangrijke tegenhanger van deze hindernis is juist nieuwsgierig onderzoeken wat zich voordoet.
- amanasikāro, onoplettend/met verlies van focus
Als dit onze staat van geest is dan zijn we meer geïnteresseerd in iets anders dan in mediteren. Dat object kan niet de schuld krijgen van mindere meditatie - de interesse ging er naartoe. De tegenhanger is hier eerlijke erkenning van de drijfveer erachter (de onheilzame wortel) en onderzoek daarvan.
- thinamiddhaṁ, lui/traag
Luiheid is hier verlies van motivatie, traagheid is dof, slaperig gewaarzijn. Alles wat de geest iets oppept of motiveert helpt. Energie, plezier en nieuwsgierigheid werken meestal goed. De aanwezigheid van de hindernis moet eerst erkend worden. Een paar diepe ademhalingen kan ons wat meer zuurstof brengen. Mediteren met de ogen open, staand of zelfs buiten kan helpen om wat te verfrissen. Het is altijd goed om te ontdekken of het om mentale loomheid gaat of echt slaaptekort. In het laatste geval moet eerst dat verholpen worden.
- chambhita, verschrikt/verlamd door angst
Angst is een signaal dat iets de integriteit van ons wezen kan of gaat aantasten. Het signaal beschermt ons. De geest is geconditioneerd om gevaren te ontdekken en oplossingen te bedenken en doet dat dus, ook als we veilig zitten te mediteren. We kunnen nog angstig zijn van iets dat we eerder hebben meegemaakt of ons zorgen maken over iets in de toekomst. Het heeft geen zin dit te veroordelen of weg te duwen. In plaats daarvan erkennen we de aanwezigheid van de hindernis en ontspannen met dat gevoel. Het is zinloos proberen de geest te stoppen. Naarmate de geest stiller en stiller wordt kunnen oude trauma's aan de oppervlakte komen. Dit kan zelfs overweldigend zijn. Tenslotte is het nog mogelijk dat de zeer verstilde geest tekenen gaat geven van verlies van zelf. Dit is de illusie-van-zelf die doorzien begint te worden maar dit kan stevige angst opwekken. Steeds is het goed om er zonder oordeel bij te blijven en te stoppen als het duidelijk teveel wordt. Onder angst zit altijd pijn of de verwachting van pijn. Onder pijn zit zachtheid; als we niet gevoelig waren konden we niet gekwetst worden. Onder die zachtheid zit openheid. Zonder openheid geen zachtheid. Die openheid is de gelijkmoedigheid en kalme vreugde die we zoeken. Dit is een schitterende maar paradoxale staat: we kunnen hem niet bereiken door weg te rennen voor angst en pijn.
- uppīḷa, opgetogen
Soms vertaald als juichend of opgewonden. Als we in deze staat zijn hebben we feitelijk teveel energie. Deze energie voelt geweldig en we willen erover denken, het vasthouden en misschien er anderen over vertellen. Dit is een soort obsessie, een gedachtentreintje. We kunnen er het beste mee omgaan door lichte aandacht te leggen op enkele verlichtingsfactoren: gelijkmoedigheid, kalmte en nieuwsgierigheid.
- duṭṭhulla, traag/loom
De Boeddha heeft het over inertie of inactiviteit, de geest doet werktuigelijk de stappen die bij de meditatie horen zonder interesse of inzet. Dit lijkt op luiheid/traagheid en is er ook mee verbonden maar komt meer voor als we teveel gemediteerd hebben en het een routine is geworden. Meer interesse in wat er nou eigenlijk gebeurt in de geest helpt, net als een verandering van methode of gewoon een pauze.
- accāraddha, te ijverig
Een te grote ijver leidt tot een te grote energie en komt meestal voor als we graag iets willen laten gebeuren of als we juist iets weg willen duwen. We zijn nu meer onze ervaringen aan het beheersen dan ze observeren. Dit is misschien de meest gemaakte fout onder Westerse yogi's. Het kan helpen om meer de houding van de onderzoeker aan te nemen dan die van de meditatie-leerling. Een geoefende meditator is veel meer geïnteresseerd in wat er gebeurt in de geest dan in hoe die te controleren.
- atilīnavīriyaṁ, niet ijverig genoeg
Dit is het tegenovergestelde van te grote ijver en komt meer voor bij mensen die vooral devotioneel zijn ingesteld. Het lijkt weer op luiheid/traagheid en gaat vaak samen met fysieke vermoeidheid. Meer interesse in het meditatie-object is een goede remedie. In plaats van rijzen en dalen te volgen kunnen we de ademhaling opdelen in vieren of in meer delen en dan die volgen. Meer energie of plezier in de ervaring uitnodigen zijn goede stappen om te zetten maar niet harder werken.
- abhijappā, hunkerend
Hunkering is een zacht en zoet verlangen. Hunkering komt vooral voor naar heilzame zaken als gelijkmoedigheid, mededogen, gemak of zelfs verlichting. Met al deze verlangens is helemaal niets mis maar het verlangen zelf kan een probleem zijn. De juiste stap is de aandacht weg te leiden van het object van verlangen naar het verlangen zelf. We houden het in de gaten zodat het z'n proces van opkomen en vergaan kan hebben zonder dat we erin verstrikt raken.
- nānattasaññā, perceptie van diversiteit (allerlei staten van geest)
De diversiteit van mentale fenomenen is zeker niet het probleem maar wel het feit dat de geest van het een naar het ander schiet. Dit kan het verlangen zijn naar een andere manier van oefenen, een andere spirituele vriend, het overdenken van boeddhistische concepten of iets anders vermakelijks. Soms is de geest wat verveeld geraakt. Dit is een vorm van rusteloosheid: een doffe uitdrukking van een teveel aan energie. We moeten deze staat herkennen en erkennen, bekijken als wat het is. Soms volgt de geest gewoon de natuurlijke, geconditioneerde neigingen. De evolutie heeft ons als het ware klaargezet om nieuwsgierig en speels te zijn. We zijn van afkomst aaseters en jagers, zoekers naar wat we maar kunnen vinden. Dit levert van nature een geest op die hier en daar rondspringt, wat in het Engels vaak de 'monkey mind' wordt genoemd. Als de geest dan zo druk is met denken dan kunnen we de inhoud van de gedachten los proberen te laten en te letten op het denken zelf. Vaak blijkt dit heel prettig te voelen, de geest verheugt zich in de diversiteit. Dat hoeven we niet te stoppen. We kunnen wel de aandacht verleggen naar dat goede gevoel. Dit is een heilzame staat en hoeft niet weggeduwd te worden. Als de geest grijpt of klauwt naar 'prettig voelen' dan is dat grijpen een probleem. Als goed voelen vanzelf opkomt dan mag dat er zijn, totdat het toch wel weer verdwijnt.
- atinijjhāyitattaṁ, overmatige meditatie op de vormen
Overmatige aandacht voor de vormen hoort in hetzelfde rijtje als overmatige energie en overmatige inzet. We nemen het geheel te serieus. De verlichte geest is licht, helder, verheven en vredig. Als we het hele proces te serieus nemen wordt de oefening stroef en zwaar. Als we ontdekken dat dit gebeurt dan kunnen we glimlachen. Hoe lichter de geest, hoe meer helder die wordt. Ook kan het serieuze even object van meditatie worden. Zo kan het worden doorzien voor wat het is. Dit kan voelen alsof we stoppen met hard rennen. De rivier brengt als het ware alles langs als we kalm en ontspannen afwachten. De geest ontspant en ontvouwt zich toch wel op een bepaalde manier en op een bepaald tempo. Er tegenaan duwen heeft geen enkele zin.
De hindernissen worden soms gezien als demonen op ons pad, die de boel verpesten. We voelen aversie, beklemming, verwarring of zelfs agressie voor de hindernissen. Als we meditatie zien als een sprint richting stilte dan is dat ook zo. Als we juist zoeken naar inzicht dan zijn de hindernissen vrienden die ons de weg wijzen en komt de stilte ook wel een keer.