sahāyadhammamitta

Sutta
Login

Sutta

Een sutta (sūtra in het Sanskriet) is een ooggetuigeverslag van een specifieke gebeurtenis waar de Boeddha bij betrokken is. Heel vaak gaat het over de Boeddha dit tot zijn monniken spreekt en hen een bepaalde kwestie voorlegt die hij vervolgens verduidelijkt. Het komt ook voor dat iemand een vraag stelt. Ook gesprekken met andere mensen zoals boeren, koningen en huisvrouwen, aanhangers van andere leiders en zelfs tegenstanders komen voor.

Veel sutta's beginnen met de woorden evaṃ me sutaṃ, aldus heb ik gehoord. Deze worden beschouwd als de sutta's die door de heilige Ānanda, neef en vertrouweling van de Boeddha, zijn uitgesproken op het eerste concilie. Tot daarvoor werden de sutta's en andere onderdelen van de canon alleen mondeling overgeleverd.

Het woord sutta zelf wordt door veel mensen begrepen als 'draad'. In overdrachtelijke zin zou hier uiteindelijk een (gestructureerde) vertelling van zijn gemaakt. De etymologie is echter onzeker; het kan ook 'welgesproken' zijn. Zie verder hieronder.

De eerste sutta van de Boeddha is de dhammacakkappavattana sutta, DN 56.11, de Toespraak over het in Beweging Zetten van het Wiel van de Dhamma.

Voor een overzicht van belangrijke sutta's per onderwerp, zie de boeddhistische canon.

Voor een uitgebreide uitleg over hoe sutta's te lezen en hoe daaraan te beginnen, zie De sutta's lezen.

Dhivan Thomas Jones van A Blue Chasm schreef inzichtelijk over de betekenis van het woord sutta. Hieronder volgt een korte samenvatting van zijn stuk.

Het algemene begrip onder theravāda-boeddhisten is dat het pāḷi woord sutta equivalent is aan het Sanskriet woord en 'toespraak' of 'verhandeling betekent'. Het wordt gebruikt in de zin van de vele toespraken (en meer in het algemeen gesprekken) die de Boeddha heeft gehouden . Tegelijkertijd lezen we vaak dat het woord 'sutta' zelf touw of draad betekent en dat 'verhandeling' een toegepaste betekenis is. Traditionele en ook modderne tekstwetenschap geeft echter te denken dat dit niet zo kan zijn en dat het woord altijd al verhandeling heeft betekent.

Sutta kan het voltooid deelwoord van supati zijn en dan 'slapende' of 'in slaap' betekenen. Los daarvan geeft de Pali English Dictionary direct Vedisch sūtra aan, van sīv, naaien. De primaire betekenis is dan 'draad'. De commentatoren geven vervolgens een uitleg die moet verklaren hoe we aan de toegepaste betekenis zijn gekomen. Sangharakshita, bijvoorbeeld, stelt dat een serie onderwerpen aan elkaar geregen worden in een verhandeling of vermaning. Er is echter wat aan de hand met dit soort argumenten.

Er is zeker een Sanskriet woord sūtra dat touw of draad betekent en er is zeker een pāḷi woord sutta met die betekenis. Er is een heel genre aan Sanskriet literatuur met de naam sūtra, waarvan het bekendste voorbeeld de Yoga-sūtra van Patañjali is, een aantal korte aforismen in versvorm. Het genre is veel ouder dan het boeddhisme en werd voor zover we weten voor het eerst gebruikt rond 800 v. Chr. in de Śrauta-sūtra', over Vedische rituelen. Het genre bleef eeuwenlang belangrijk in de filosofie en literatuur. Dit soort aforismen werd echt aan elkaar geregen aan een gedeelde draad, als het ware, en werd mogelijk daarom zo genoemd. De boeddhistische verhanddelingen zijn echter absoluut niet aforistisch van aard.

Het lijkt erop, zo zeggen sommige wetenschappers in een elegant antwoord op deze puzzel, dat we ons hebben laten misleiden door het woord en dat we daarbij niet de eersten zijn. De oude Indiase boeddhisten hebben onterecht het woord sūtra gebruikt als equivalent van het oudere Midden-Indo-Arische woord sutta. Dit eerdere woord moet eigenlijk afgeleid worden van sūkta, wat wel-gesproken (su-ukta) betekende. Volgens de geleerde K.R. Norman is het woord sūtra een sanskritisering van pāḷi sutta, wat verbijsterend zou moeten zijn want de kenner van het Sanskriet zal zeker de sūtra teksten hebben gezien, die er heel anders uitzien.

Zie bijvoorbeeld wat keizer Aśoka in de Buddhavacana (gezegden van de Boeddha) opmerkte: 'Alles wat Heer Boeddha sprak was wel-gesproken'. Dit komt ook overeen met wat over de Dhamma wordt gezegd op vele plaatsen in de suttapiṭaka: "Hij verkondigt de leer, die in het begin mooi is, mooi in het midden en mooi aan het einde;", kalamasutta, anguttaranikāya 3.65.

Als dit klopt dan komt sutta in de betekenis welgesproken van het werkwoord vac, spreken. Het voltooid deelwoordd is ukta. Het voorzetsel su betekent goed of juist of soms uitstekend. Denk in dit geval aan sukha, welbevinden. Er was een duidelijke goede reden om van sutta te spreken en dat had niks met een draad of touw te maken. Niet iedereen is het eens met deze verklaring en in de mondeling theravāda traditie wordt er geen steun voor gevonden. De atthasālinī, het commentaar op de dhammasaṅganī (abhidhammapiṭaka), geeft echter ook geen steun voor de uitleg als touw, draad. Er worden zes andere mogelijkheden genoemd. Dit commentaar stamt zelf uit een latere tijd en de abhidhamma zelf is al ontstaan na de eerste recitatie. Hoe de allereerste boeddhisten het woord sutta gebruikten kan er niet mee bewezen worden. De commentator lijkt zich ook niet bewust te zijn van de sūtra-literatuur.

Al met al is de uitleg die verwijst naar draad zeker niet verplicht of zelfs maar de meest redelijke uitleg. Het is zeker een mogelijkheid dat het woord 'welgesproken' heeft betekent volgens de mensen die leefden in de tijd van het pre-sectarisch boeddhisme.