sahāyadhammamitta

Tipiṭaka
Login

De boeddhistische canon

Voor een korte inleiding, zie de Introductie boeddhistische geschriften.

De tipiṭaka (uit het Pāḷi , ti 'drie' + piṭaka 'manden') of de Pāli canon is de verzameling teksten in het Pāḷi die de grondslag vormen van het theravāda boeddhisme. De tipiṭaka vormt samen met de pseudocanonische Pāḷi teksten (commentaren, verhalen en zo voort) de complete verzameling aan  theravāda teksten. De tipiṭaka alleen al is gigantisch. De Thaise overheid brengt een standaardset uit voor gebruik in kloosters die uit veertig delen bestaat. Afhankelijk van hoe je telt (aantal woorden, aantal letters..) gaat het om zeker elf of twaalf keer de Bijbel. Gedeelten ervan zijn in het Nederlands vertaald, het meeste is wel vertaald naar het Engels. Slechts een fractie is makkelijk online beschikbaar.

**Pāḷi  **

Pāḷi heeft er alle schijn van een kunsttaal te zijn en is waarschijnlijk ontstaan toen de canon voor de eerste keer op schrift werd gesteld door monniken uit allerlei verschillende gebieden, die allerlei verschillende talen/dialecten spraken. Het is niet de taal die de Boeddha als moedertaal had. Verder had de Boeddha sterk de neiging om met mensen te spreken in hun eigen taal(-gebruik) en stelde hij dat ieder de Dhamma in z'n eigen taal moest kunnen leren kennen. Een uitstekende uitwerking van de taal zelf staat op de Engelstalige wikipedia. De Nederlandse variant kent wat interessante links, zoals één over recitatie.

Heilige teksten

Het boeddhisme is, in tegenstelling tot het jodendom, het christendom en de islam, geen boekgeloof. De teksten zelf staan lang niet altijd centraal voor elke boeddhist, zeker niet in Azië. Een moreel leven leiden en eigenschappen als vrijgevigheid, mildheid en compassie kunnen uitstekend de basis vormen voor een boeddhistisch leven. Meditatie, hoewel uiteindelijk gegrondvest op de teksten, kan uitstekend gedaan worden zonder diepgaand in te gaan op de abidhamma. In de verschillende landen waar therav āda de standaard is, worden de teksten soms best verschillend beleefd. Daarbij komt dat het redelijk goed mogelijk is om de Qu'ran uit het hoofd te leren en zeker om een gedegen kennis te hebben van wat er allemaal in staat, ook met de Bijbel wel lukt, maar bij de boeddhistische teksten is dit vrijwel niet te doen. Er wordt beweerd dat meerdere nu levende mensen de hele canon uit hun hoofd kennen. De Pāli canon is dan nog korter dan de Sanskriet canon! Zeker voor de beginner is het moeilijk en zelfs onverstandig om zomaar te beginnen met lezen in de duizenden en duizenden teksten. Gelukkig zijn er goede overzichten van de teksten gesorteerd op onderwerp. Zie onderaan deze pagina voor een eerste begin.

Elke (hoofd-)stroming heeft een eigen canon. Er is een theravāda-canon in het Pāḷi , een mahāyāna-canon in het Sanskriet, een vajrayana-canon in het Tibetaans, Chinese en Japanse geschriften. Geleerden bestuderen varianten in meerdere dode talen die verder nog over zijn. De Pāḷi canon bevat drie korven (verzamelingen) die bestaan uit respectievelijk drie, vijf en zeven delen die elk weer bestaan uit tientallen tot honderden teksten voor een totaal van meer dan tienduizend geschriften. Een voorbeeld: de bij veel boeddhisten zo geliefde spreukenverzameling Dhammapada (in de pāli-variant) is een onderdeel van de khuddaka nikaya, wat een onderdeel is van de sutta pitaka wat weer een (gigantisch) onderdeel is van de tipitaka, de complete canon. De Dhammapada zelf bevat vierhonderddrieëntwintig verzen, verdeeld over zesentwintig hoofdstukken.

Het begrippenapparaat dat de teksten gebruiken is divers, ontstaan over meerdere eeuwen en wijkt behoorlijk af van wat Westerlingen gewend zijn. Al deze tekst echter wordt niet gezien als het woord van een god. De Boeddha was geen god maar een mens (in zijn laatste leven) en dat is juist erg belangrijk. Het is geen geopenbaarde tekst van boven maar niet meer dan de schriftelijke weergave van wat de Boeddha heeft gezegd tijdens zijn lange carrière als leraar, gecombineerd met regelgeving en verzen. Traditioneel gezien wordt geloofd dat de Boeddha de hele canon zelf uitgesproken heeft. Gezien de late intrede van de abidhamma pitaka in de canon is dit zeer onwaarschijnlijk. Daarbij komt dat er minimaal één vertaling tussen de definitieve tekst en de uitspraken van de Boeddha: het was niet de taal die de Boeddha sprak. Pāḷi heeft allerlei kenmerken van een kunsttaal en is waarschijnlijk ontstaan doordat monniken uit vele gebieden in India en Nepal bij elkaar kwamen en onderling de teksten bij elkaar hebben gebracht. Verder worden er met regelmaat woorden gebruikt die een specifieke betekenis had in de cultuur waarmee de hele vroege boeddhisten mee in discussie waren of zelfs tegen polemiseerden. Wat de Boeddha duidelijk wel begreep werd niet altijd doorzien door de volgelingen die de canon op schrift stelden.

Net als in veel andere religies zijn er natuurlijk mensen die de strakker denken over de precieze tekst dan anderen. Er is ook een goede reden voor: er wordt stevig gewaarschuwd tegen ‘verkeerde visie’. Juiste of volkomen visie wordt echter gedefinieerd als het doorgronden van de Vier Nobele Waarheden. Dit is geen intellectuele aangelegenheid maar een van binnenuit komende realisatie.

Het boeddhisme is in eerste instantie niet bedoeld om te geloven maar om te doen. Het kan heel interessant zijn om te discussiëren of paṭiccasamuppāda geldig is voor saṅkhārā alleen of breder kan/moet worden toegepast maar.. draagt dit bij aan je oefening, leidt dit tot nibbāna? De leer is – volgens de Boeddha zelf! – niet belangrijk om zichzelf. De leer is belangrijk omdat die tot verlossing leidt. Zodra je het einddoel hebt bereikt, de Verlichting hebt bereikt in dit leven, dan laat je de leer achter als een vlot dat je op het strand achterlaat na je oversteek. Het is niet meer nodig.

De tipiṭaka

De tipiṭaka bestaat, zoals de naam al zegt, uit drie delen: de vinaya pitaka, de sutta pitaka en de abidhamma pitaka.

De vinaya is ruwweg de discipline en bestaat uit teksten  die het leven van de monniken en nonnen reguleren. De  pātimokkha bevat 227 regels voor de monniken. Daarnaast bevat de vinaya verhalen die de oorsprong en reden van elke regel geven en een uitgebreide weergave van de oplossingen die de Boeddha aandroeg om de grote en diverse gemeenschap van gewijde mensen harmonieus te houden.

Sutta betekent volgens de meeste mensen voordracht en daaruit bestaat de sutta pitaka: voordrachten. De verzameling teksten is werkelijk enorm; er zijn meer dan tienduizend sutta's. Een bepaalde tekst kan redelijk snel gevonden worden aan de hand van de onderverdelen. De suttapiṭ  aka kent een hoofdindeling in  nikāyas of verzamelingen:

- dīgha-nikāya (DN)
Dit is, zoals de naam al zegt, de verzameling lange toespraken.  dīgha betekent lang.  De dīghanikāya bestaat uit drie delen met respectievelijk 13, 10 en 11 toespraken. De eerste 13 gaan over moraal, de volgende 10 zijn lang en de laatste 11 worden 'patika' genoemd, 'de mand', naar de eerste sutta in dit deel. De   dīghanikāya   is waarschijnlijk de makkelijkste plek om te beginnen met lezen omdat veel van de sutta's aansprekende verhalen bevatten. Andere verzamelingen bevatten vaak meer 'droge leer'. De belangrijkste sutta's zijn de nummers 2 en 22, respectievelijk   samaññaphala sutta over de vruchten van het spirituele (heilige) leven en mahasatipatthana sutta over de vier fundamenten van mindfulness.  

- majjhima-nikāya (MN)
Deze  verzameling van 152 middellange toespraken van de Boeddha en zijn voornaamste volgelingen bevat een een complete beschrijving van alle aspecten van de Leer. De verzameling is opgedeeld in drie delen met elk vijf divisies, gerangschikt op onderwerp. De zevende set van tien Toespraken, bijvoorbeeld, gaat over monniken en de negende set over koningen. Er wordt wel beweerd dat deze verzameling oorspronkelijk bedoeld is geweest als studiemateriaal voor nieuw gewijde monniken.

- saṃyutta-nikāya (SN)
De verzameling gegroepeerde (per onderwerp) toespraken, 2889 stuks
De allereerste toespraak van de Boeddha staat in de saṃyuttanikāya als 56.11.

-aṅguttara-nikāya (AN)
De verzameling genummerde (of oplopende) toespraken, 9557 stuks verdeeld over hoofdgroepen of  'nipāta's'  die weer in hoofdstukken, vagga's, zijn verdeeld met meestal 10 sutta's. De hoofdgroepen lopen op per aantal. De eerste  nipāta  gaat over zaken die per één worden besproken, de tweede over tweetalen, en zo voort.

- khuddaka-nikāya (KN)
De verzameling kleinere toespraken, verzen en fragmenten
De khuddakanikāya is zeker niet de minste verzameling, ondanks het karakter van kleine teksten. De intens geliefde dhammapada en de suttanipāta met daarin de intense mettā sutta maken er deel van uit. Er is geen historische volgorde aangebracht. De  khuddakanikāya lijkt materiaal opgenomen te hebben dat genoteerd is nadat andere     nikāya's al afgesloten waren en verscheen pas later in de canon. Er staan zeker 320 sutta's in plus verzen, verhalen en uitspraken die niet als sutta gezien kunnen worden. De  jātaka's, zeer bekend en geliefd, zijn verhalen over vorige levens van de Boeddha. De grote en kleine niddesa bevatten hele oude commentaren van de eerwaarde Sariputta. Dit zijn slechts twee voorbeelden. De dhammapada maakt ook deel uit van de   khuddakanikāya. Bhikkhu Bodi beschouwt de eerste vier  nikāya's als de antieke kern van de boeddhistische canon. Daaromheen is wat later een achtergrond en invulling neergezet, die we terugvinden in de  khuddakanikāya. Hij komt hier onder meer op terug in zijn essay   A Treatise on the Paramis.

De  khuddakanikāya is zeker niet de minste verzameling, ondanks het karakter van kleine teksten. De intens geliefde dhammapada en de suttanipāta met daarin de intense mettā sutta maken er deel van uit. Er is geen historische volgorde aangebracht.

De abidhamma pitaka bevat een bewerking en verwerking van de doctrinaire principes uit de sutta pitaka  in de vorm van een systematisch filosofisch systeem dan gebruikt kan worden om dieper in te gaan op de geest en de materie. Het ons bekende universum met 'bomen', 'landen', 'ik', 'jij' en zo voort wordt teruggebracht naar de essentie: een complex netwerk van onpersoonlijke fenomenen dat continu razendsnel evolueert van moment tot moment volgens uiterst specifieke natuurwetten. De abidhamma bestaat uit zeven boeken waarvan het eerste en het laatste worden gezien als het meest centraal.

Korte kennismaking in de sutta's

Een korte kennismaking met de Boeddha

- bodhisattha, de boeddha-die-komt - nalaka sutta, Snp III.11
- De jonge prins wordt meewarig over zijn luxe leven. - sukhamala sutta, AN 3.38 

- Op zijn 29e verlaat de jonge prins huis en haard. - maha-saccaka sutta, MN 36
- De bodhisattha wordt beter dan zijn leraren. -  maha-saccaka sutta, MN 36
- Hij oefent extreme ascese in het bos.  -  maha-saccaka sutta, MN 36
- Hij biedt vrees en afgrijzen het hoofd. - bhaya-bherava sutta, MN 4
- De verpersoonlijking van het kwaad komt langs. - kumma sutta, SN 35.199  en padhana sutta, Snp III.2
- Hij verlaat de extreme ascese.   -  maha-saccaka sutta, MN 36
- De Boeddha ontdekt de Middenweg. - dhammacakkappavattana sutta, SN 56.11