bhāvanā
bhāvanā betekent ontwikkeling van de geest. Er worden twee soorten onderscheiden: samatha of kalm/kalmte en vipassanā of inzicht/wijsheid. Dit kan in teksten rustig samatha- bhāvanā worden genoemd,met of zonder streepje. Meditatie is niet hetzelfde als bhāvanā hoewel het er een flink onderdeel van uitmaakt. Ook oefening in het dagelijkse leven behoort tot bhāvanā.
Tot volledige ontwikkeling gekomen is samatha een onwrikbare, vredige en zuivere toestand van de geest, verkregen door intensieve geestelijke concentratie. Als we vipassanā ontwikkelen dan komen er opflitsende intuïtieve inzichten in de Drie Karakteristieken van Bestaan.
Ontwikkeling van de geest begint met de Leer te leren kennen uiteraard. Dan volgen de volgende drie stadia:
pariyatti - het van buiten geleerde - We leren uit ons hoofd wat de Leer
is.
paṭipatti - het nagevolgde, geoefende - We beoefenen de Leer.
pativedha - dat wat doorgedrongen, verwerkelijk is - Dit is het stadium
waarin de we Leer innerlijk realiseren.
De betekenis van pativedha is niet licht uit te drukken. Eén manier om het te begrijpen is je een pacifist voor te stellen die er wel intellectueel van is overtuigd dat geweld nooit goed is maar zelf wel snel kwaad wordt en uithaalt als iets hem niet bevalt. Deze pacifist zou pariyatti hebben bereikt en mogelijk paṭipatti maar zeker nog niet pativedha. Boeddhisten zijn overigens vaker pacifist maar lang niet altijd.