Meditatie
Voor Killian
(Voor vipassanā specifiek, zie vipassanā.)
Wat is meditatie? Wat heb je eraan? Hoe doe je het? Wat zegt de Boeddha erover?
Hoewel meditatie een integraal en centraal onderdeel uitmaakt van de boeddhistische oefening, is het geen boeddhistisch woord. De Boeddha zelf spreekt over verschillende soorten oefeningen. Ook noemt hij de jhāna's , diepe stadia van meditatieve verstilling. Je zou kunnen zeggen dat hier eigenlijk pas meditatie echt begint. In de praktijk zijn de voorbereidende oefeningen bijzonder heilzaam. Meditatie, in wat voor vorm dan ook, is niet voor niks zo populair. In dit essay wil ik duidelijk maken wat echte meditatie volgens de Boeddha is aan de ene kant en aan de andere kant hoe de aandacht, gewaar-zijn eigenlijk het hele leven kan doorstromen.
Meditatie is bhāvanā maar lang niet alle bhāvanā is meditatie. Het woord bhāvanā betekent ontwikkelen of produceren in de zin van 'tot bestaan brengen' en is daarmee een belangrijk onderdeel van de praxis. Alleen mediteren maakt je nog geen boeddhist en alleen erover weten is niet genoeg. Positiever gesteld: meditatie ingebed in de rest van de oefening is veel makkelijker te begrijpen en heilzamer.
Inzicht en aandacht
Er wordt nogal wat afgemediteerd in Nederland. Vaak genoeg met kramp in de vingers tot gevolg door die moeilijke houdingen die je erbij schijnt te moeten aannemen. Als we spreken over boeddhistische meditatie dan hoeft dat allemaal niet. Er zijn enorm veel verschillende oefeningen maar het gaat eigenlijk om maar twee dingen: aandacht en wijsheid. Wijsheid en inzicht zijn in dit geval hetzelfde. Sommige oefeningen richten zich op het ene aspect en andere op het andere. Er zijn flinke discussies over welke variant de beste is. Vergeet dit. Het lijkt om bekvechten over of je een berg beklimt voor de rust of voor het uitzicht. Het doel is de top! Eenmaal daar aangekomen heb je en rust en uitzicht.
Inzichtmeditatie bestaat in de grond uit gewoon kijken naar wat er in je geest opwelt en weer verdwijnt. Dit wordt ook wel wolken zien overdrijven genoemd. Gedachten, gevoelens, emoties.. dit zijn geen feiten. Ze komen op, hebben hun moment in je aandacht en verdwijnen ook weer. Tenzij je er iets mee doet natuurlijk en dat proberen we niet te doen. Aandachtsmeditatie kiest de andere route en richt zich op het vestigen van de aandacht op een vast punt, meestal de ademhaling. Een andere focus is ook best. Welke is de beste? Dat hangt af van wie er oefent. Zeker in het begin is het goed om een aantal verschillende methodes uit te proberen. Een maand lang lijkt mooi genoeg. Het is wel belangrijk om een beetje vol te houden. Werkelijk alles valt in het begin wel eens tegen en direct opgeven heeft dan geen enkele zin. Zeker bij meditatie gaat dit op.
Is meditatie gevaarlijk?
Ja en nee. Het hangt af van wat je bedoelt met 'mediteren', wat je doel is tijdens je meditatie, wat je achtergrond en verleden is en nog heel wat meer factoren. Mensen die geestelijk niet goed in hun vel zitten kunnen beter niet zonder goede begeleiding van een zorgprofessional beginnen. Als een psycholoog zegt dat mediteren heel goed is en vast geen kwaad kan, zoek dan even verder! In het kort komt het erop neer dat meditatie in boeddhistische zin altijd gepaard gaat met liefdevolle vriendelijkheid en mededogen (karuṇā-mettā), niets forceert en eigenlijk om te beginnen al geen doel heeft. Iedereen die gaat zitten met de intentie 'nu ga ik eindelijk rust vinden', 'nu word ik bevrijd van mijn trauma', 'nu ga ik minder bang zijn' die garandeert teleurstelling. Het is essentieel te begrijpen dat deze positieve uitkomsten vaak voorkomen - meditatie 'helpt' echt! - maar dat dit gevolgen zijn en geen doelen. Zie hieronder voor meer uitleg. Edel Maex, een bekende Belgische expert, legt de risico's en de antwoorden daarop prachtig uit in een artikel in het Boeddhistisch Dagblad van 10 februari 2019.
Wat moet je allemaal?
Er zijn wel voorgeschreven houdingen maar die zijn vooral als tip bedoeld. De voor Westerlingen zo razend moeilijke lotuszit heeft één enorm voordeel: hij zit enorm stabiel. Als je eenmaal zit kun je lang blijven zitten zonder last te krijgen. De halve lotus is ook goed, de Birmaanse zit, de Seiza-zit, een gewone kleermakerszit.. het is allemaal best. Het is wel belangrijk om een waardige houding aan te nemen met een ontspannen maar rechte rug. Als je dit alleen op een stoel lukt, pak een stoel. Zeker in het begin is het fijn om de ogen dicht te houden omdat dit rustiger is. Meer gevorderde meditators willen hun ogen nog wel eens open houden. Draag los zittende kleding die niet te warm of te koud is. Speciale kleding of een gewaad is niet nodig. Zeker theravāda-boeddhisten kennen geen aparte kleding, behalve als je monnik of non wordt natuurlijk.
Het eerste begin
Echte beginners kunnen starten met de Drie Minuten voor Jezelf. Ga simpelweg ontspannen zitten op een rustige plek en zorg dat je drie minuten lang niet gestoord kan worden. Muziek draaien of wierook branden is niet nodig. Sluit je ogen, leg je handen rustig op je benen. Je hoeft ze niet te vouwen of met je duimen je pinken aan te raken. Adem op een natuurlijke manier, gewoon zoals je toch al deed. Het hoeft niet rustiger. Richt nu je aandacht op wat je voelt in en op en aan je lichaam. Dat wil automatisch zeggen dat je met je aandacht in het hier en nu bent. Alles wat je voelt, proeft, ruikt, ziet (niks) en hoort is het onderwerp tijdens de hele eerste minuut. Raak je afgeleid of denk je ergens aan dan geeft dat niks. Keer rustig terug naar je lichaam. De tweede minuut is voor alles wat zich in je geest afspeelt. Verplaats je aandacht naar je gedachten en gevoelens. De derde minuut is voor beide: lichaam én geest.
Deze oefening lijkt te simpel. Dat is hij niet. In die drie minuten kun je de meest belangrijke factor leren om meditatie succesvol te maken: mildheid. Het gaat namelijk direct mis en wel in de eerste seconden. En daarna nog eens. En nog eens. Het is belangrijk om hier vriendelijk op te reageren. Wordt niet boos of geërgerd. Als je toch geïrriteerd raakt.. wat zeker gaat gebeuren.. wees daar dan mild over. Je kan er niks aan doen. Die gedachten komen nu eenmaal op. Zou je hard en bars zijn tegen een trouw, hardwerkend kind dat voor de eerste keer iets probeert? Waarom zou je dat wel zijn tegen je eigen geest? Piano spelen heeft ook niemand in één dag geleerd.
Verder met mediteren
Mediteren leer je eigenlijk het beste van een leraar en vaak in een groep. Er zijn genoeg boeken over te koop. Persoonlijk raad ik Mindfulness, Bliss and Beyond van ajahn Brahmavamso aan. Dit boek kan wel erg technisch worden maar het legt keurig uit wat de achterliggende waarden zijn en wat we proberen te doen tijdens meditatie.Wat je echter ook doet, houd twee dingen in de gaten. Ten eerste dat mildheid de juiste instelling is tegenover je eigen geest en wat daar allemaal in gebeurt, ten tweede dat we nooit mediteren met een doel.
Dit lijkt een tegenstelling maar dat is het niet. Het is typisch boeddhistisch eigenlijk; aan de ene kant aandacht en inzicht als grote kernwaarden zien en er aan de andere kant niet naar streven. De verklaring zit 'm erin dat elke vorm van streven teleurgesteld wordt. Als je gaat mediteren omdat je rustiger wil worden of van je angsten af wil dan zul je merken dat dat niet lukt. Zeker in het begin. Onrust is er altijd wel en als je even wat stiller wordt dan komen die angsten juist op. Je hebt nu gefaald en dat is voor niemand leuk. Daarom doen boeddhisten het andersom: we mediteren domweg omdat het goed is om te mediteren en als gevolg daarvan worden we op den duur rustiger, kalmer, een beetje wijzer en dan blijkt dat het inderdaad geholpen heeft met angsten of depressie. Althans, psychologen zetten meditatie sinds een jaar of vijftien in als onderdeel van de behandeling van zowel depressie als angsten. Ga dus niet mediteren met het doel om rustig of wijs te worden. Ga gewoon mediteren en kijk na drie maanden eens om. De resultaten komen wel.
Indachtigheid, gewaar en tegenwoordig zijn.
De Boeddha gebruikte het woord meditatie nooit. Hij had het over sati en samādhi , gewaarzijn en concentratie, de laatste twee factoren van het Nobele Achtvoudige Pad . Dit is wat we proberen te ontwikkelen met onze oefeningen. Eigenlijk sprak de Boeddha alleen over jhāna als apart stadium. Er zijn meerdere 'vormelijke' en 'vormloze' jhāna's, alle stadia van meditatieve verdieping met bepaalde eigenschappen. Als je ze tegenkomt, herken je ze heus wel. Het belangrijkste is dat we gewaar zijn, leven in het hier en nu, onmiddellijk kunnen oefenen zonder hele speciale stadia te bereiken. Dat kan gewoon op de fiets of tijdens het schoonmaken, tijdens het werk en zelfs bij ontspannen. Door hier min of meer continu mee bezig te zijn, plaatsen we meditatie terug in het grote verband van het Pad, waar het thuishoort, midden tussen zaken als 'volkomen levensonderhoud' en 'volkomen spraak'. Ons hele leven is zo eigenlijk oefening, en niet een dagelijks half uur op een krukje om daarna weer vrolijk verder te gaan met de mallemolen van alledag. We leren zo ook dat meditatie veel meer voorstelt dan alleen af en toe even ontspannen en tot rust komen - wat op den duur zeker wel gebeurt! - maar rechtstreeks leidt naar het doel: Verlichting, nibbāna.
Aan het eind van zijn laatste leven - beschreven in de mahaparinibbana sutta, digha nikaya 16 - riep de Boeddha zijn leerlingen bijeen en vroeg hen of zij nog twijfelden ergens over. Geen van hen had twijfels. Toen gaf de Boeddha zijn allerlaatste boodschap:
"handa'dāni bhikkhave āmantayāmi vo, vayadhammā saṅkhārā appamādena sampādethā'ti"
In de vertaling van sleuteltotinzicht.nl: "Welnu, monniken, ik spoor jullie aan: alle samengestelde dingen hebben de aard van vergaan in zich! Bewerkstellig vastbesloten door indachtigheid jullie eigen bevrijding!" Wat is die indachtigheid? We kunnen wat dieper kijken naar het Pāḷi. appamādena wordt samengesteld uit appamāda en sampādethā, van het werkwoord sampādeti - verkrijgen. appamāda wordt verschillend vertaald, soms als indachtigheid, soms als waakzaamheid.
De term appamāda bestaat uit drie delen: a + (p)p + mada. Het Pāḷi woordenboek geeft twee betekenissen voor mada: 1) dronkenschap, overmatige sensualiteit en 2) trots, verwaandheid. 'Pa' is een voorzetsel dat voortgaande beweging uitdrukt in toegepaste zin en benadrukt vaak een handeling die in grote mate wordt uitgevoerd of zelf uitstijgt boven wat verwacht kan worden. Als mada dronken betekent dan is pamada echt ladderzat. (De extra p is een grammaticale kwestie en niet boeiend voor de betekenis.) Het voorzetsel a is een negatie. appamāda is dus, afhankelijk van hoe je vertaalt, niet-ladderzat of niet-oververwaand. Het woord wordt in de sutta's vaak gebruikt in combinatie met de objecten van de zintuigen: geluiden, geuren, smaken, dingen die men ziet, aanraakt en gedachten. In de praktijk betekent appamāda dus niet-dronken van de zintuiglijke objecten. Worden we niet makkelijk dronken, laten we ons niet simpel meevoeren door de objecten in onze ervaringen? De laatste boodschap van de Boeddha was nuchter te worden ten opzichte van de zintuigen. Wordt wakker! Als we de vertaling niet-verwaand gebruiken dan kunnen we zeggen dat het probleem in het ons vereenzelvigen met ervaringen zit; uiteindelijk in de illusie-van-ik. Het is een complexe uitspraak maar wel een mooie die met even kijken best te begrijpen valt. Wat standaard vertaald wordt als indachtigheid is in feite een wakker of nuchter worden uit een dronkenschap van de zintuigen. Betekent dit dat we niks meer mogen zien of horen? Nee. We hoeven ze enkel maar gewaar te zijn, zonder ons er mee te vereenzelvigen of ons er door te laten meeslepen. Dit is waar meditatie kan helpen.
Het lijkt lastig voor te stellen dat er beleving is die niet met de zintuigen van doen heeft maar dat is wel waar de Boeddha naar wijst. Sterker nog, hij wijst het aan als weg tot verlossing. Hij zegt dat we niet werkelijk wakker zijn zonder deze beleving te vinden. Beide methodes van meditatie - gericht op aandacht en op inzicht - openen allerlei nieuwe mogelijkheden voor ons maar het is moeilijk dat in het Nederlands te beschrijven. Het woord jhāna - in het Sanskriet 'dhyana' en van daaruit ch'an in het Chinees en zen in het Japans - wordt gebruikt voor de staten die verder gaan dan de wereld van de zintuigen. Er zijn teksten genoeg die de jhāna's beschrijven maar dan wel in metaforen. Ze zijn echter compleet praktisch toegankelijk voor iedereen die oefent.
De gelukservaringen waar de jhāna's mee gepaard gaan, in het begin toch in ieder geval, zijn geweldig om mee te maken maar waar leidt het naar toe? Waarom gebruikte de Boeddha zijn laatste woorden om deze kant op te wijzen? Het antwoord is te vinden in het eerste deel van het citaat. Het is omdat het de natuur is van alles wat door de zintuigen wordt opgemerkt ( saṅkhārā) te vergaan. Een andere mogelijke vertaling van vayadhammā is 'gegarandeerd teleur te stellen'. Het is weer die identificatie met wat wij 'dingen' noemen die in de weg zit. De objecten van onze zintuigen fascineren ons, we willen dit niet, dat wel maar wat we ook doen, nooit is het genoeg.
Kortom, als we gelukkig willen zijn, en dat willen we, dan moeten we onszelf bevrijden van de verslaving aan het zwelgen in de objecten van de zintuigen, inclusief gedachten, die ons allemaal uiteindelijk teleurstellen. Het is voor de meesten van ons niet makkelijk om ons te bevrijden uit de beleving van de zintuigen maar het is wel degelijk mogelijk en zeer de moeite waard.