De sutta's lezen
Dit is zoals je moet oefenen: 'Wanneer de verhandelingen gesproken door de Gerealiseerde - diep, diepgaand, transcendent, gaande over leegte - worden gereciteerd dan zullen wij willen luisteren. Wij zullen aandacht hebben en onze geest richten op ze begrijpen en wij zullen deze leringen waardig achten te leren en de onhouden.' Dit is hoe je moet oefenen."
- Āṇisutta, De plug, saṃyuttanikāya 20.7
Zoals te lezen is in De boeddhistische canon zijn er vele duizenden sutta's en ze staan niet op een heldere, direct bruikbare volgorde. Toch is het goed en zeker aan te raden om de sutta's te lezen. Hieronder staan tips over hoe ze te lezen en hoe te beginnen.
Waarom zou ik de sutta's lezen?
Ze zijn de eerste en direct bron van de theravāda-boeddhistische leer.
Als je geïnteresseerd bent in de leer van het theravāda-boeddhisme dan is de pāḷi canon (en de sutta's die deze bevat) de plek voor gezaghebbend advies en ondersteuning. Of de Boedddha deze teksten nu exact zo heeft uitgesproken of niet is minder van belang. Het is toch niet te bewijzen. (Ze tonen wel duidelijke tekenen van redactie, sanskritisering en zelfs brahmanisering..) Het is wel zo dat deze teksten met klaarblijkelijk succes ongeveer 2600 jaar lang zijn gebruikt door ontelbare volgelingen. Als je wil weten hoe de leer echt werkt, bestudeer dan de sutta's, gebruik ze in je oefening en kom er zelf achter dat/of het werkt.
Ze presenteren een compleet geheel aan leringen.
De leer zoals uiteengezet in de sutta's presenteren als geheel een complete handleiding waarmee de volgeling vanuit de spirituele ontwikkeling en houding van dit moment helemaal door kan gaan naar het uiteindelijke doel: nibbāna. Hoe je jezelf op dit moment ook wil noemen (skeptische buitenstaander, beginner, toegewijde lekenvolgeling of monnik of non), er is altijd iets te vinden in de sutta's dat je weer een stap verder brengt op het pad naar dat ene doel. Naarmate je meer en meer divers leest in de pāḷi canon, zul je minder vaak leringen moeten lenen van de een of andere spirituele traditie omdat de sutta's zelf vrijwel alles bevatten wat je moet weten.
Ze presenteren een innerlijk consistent geheel.
De leer van de canon is voor het grootste deel innerlijk consistent en gekarakteriseerd door een enkele 'smaak' (uposathasutta, udāna 5.5), die van bevrijding. Terwijl je jezelf door de vele sutta's heen werkt zul je waarschijnlijk af en toe een tekst tegenkomen die je doet twijfelen of die zelfs recht tegen je huidige begrip van de Dhamma in gaat. Als je hier aandachtig op reflecteert zal het meestal gebeuren dat het conflict oplost omdat je tot een nieuw begrip van het geheel komt. Je zou bijvoorbeeld uit één sutta (tapokammasutta saṃyuttanikāya 4.1) kunnen begrijpen dat je oefening zou moeten bestaan uit het vermijden van alle verlangen. Echter, als je een andere sutta leest (uṇṇābhabrāhmaṇasutta, saṃyuttanikāya 51.15) dan leer je dat verlangen een noodzakelijke factor is van het Pad. Pas na reflectie wordt het duidelijk dat de Boeddha het over twee verschillende soorten verlangen heeft en dat sommige zaken het waard zijn om naar te verlangen, de uitdoving van alle verlangen in het bijzonder. Er is geen werkelijke tegenstelling. Dit soort conflicten zijn bijna nooit inconsistentie in de sutta's maar een waarschuwing dat je begrip nog wat verder uitgebreid kan worden. Het is aan jou om de volgende stap te nemen.
Ze zitten vol praktische tips.
In de sutta's kom je een schatkamer aan praktische advies tegen over een hele reeks relevante zaken die spelen in de echte wereld, zoals hoe kinderen en hun ouders gelukkig samen kunnen leven (sigalovadasutta, dighanikāya 31), hoe je materiële bezittingen te beschermen (ādiyasutta, anguttaranikāya 5.49), hoe je geest te trainen zelfs vlak voor je sterft (nakulapitāsutta, saṃyuttanikāya 22.1) en nog veel meer. Kort gezegd bevatten ze veel praktisch en realistische advies over hoe geluk te vinden ongeacht hoe je leven er op dit moment uit ziet, of je jezelf nou 'boeddhist' noemt of niet. Natuurlijk staat er flink wat advies in over hoe te mediteren (anāpānasatisutta, majjhimanikāya 118, mahāsatipaṭṭhānasutta, dighanikāya 22).
Ze kunnen je vertrouwen in de Leer van de Boeddha versterken.
Terwijl je de sutta's verkent kom je dingen tegen waarvan je al wist dat het zo is uit je eigen ervaringen. Misschien ben je bekent met de gevaren van alcoholisme (sigalovadasutta dighanikāya 31) of heb je al meegemaakt wat voor verfijnd genoegen natuurlijkerwijze ontstaat in de geconcentreerde geest (pañcangikasutta, anguttaranikāya 5.28). Dat je je eigen ervaring bevestigt ziet in de sutta's - zelfs als het maar af en toe is - kan het makkelijker maken te accepteren dat de verfijnde en gevorderde ervaringen die de Boeddha beschrijft misschien toch niet zo vergezocht zijn en dat sommige contra-intuïtieve of moeilijke zaken misschien toch niet zo raar zijn. Deze erkenning kan hernieuwd vertrouwen en energie opwekken die je meditatie verder helpen, zelfs tot in tot nu toe nog niet ontdekt terrein.
Ze kunnen je meditatie-praktijk ondersteunen en energie geven.
Als je in de sutta's leest over wat andere mensen, lang geleden, hebben ervaren in meditatie dan krijg je een beeld van wat je zelf al hebt bereikt en wat er nog te doen is. Dit begrip kan een flinke impuls geven en je een sterke intentie geven je toe te wijden aan de oefening.
Sutta's lezen is goed voor je.
De informatie en de instructies die gegeven worden zijn als geheel en individueel heilzaam. Ze gaan over het ontwikkelen van zulke vaardige kwaliteiten als vrijgevigheid, deugd, geduld, concentratie, heldere aandacht en zo voort. Als je een sutta leest dan vul je je geest met deze heilzame zaken. Als je even stilstaat bij alle impulsen die de hele dag op ons af komen in het leven en via de media dan is regelmatig sutta's lezen goed te zien als een soort eiland van geestelijke gezondheid en veiligheid in een woeste oceaan. Zorg voor je geest. Elke dag een sutta lezen en het liefst die overdenken kan daar goed bij horen.
Welke sutta's moet ik lezen?
Nou, in het kort: welke je wil.
Het kan helpen om over de Dhamma te denken als een enorme diamant met vele facetten. Elke sutta geeft een beeld van één of twee facetten, slechts zeer zelden meer. Er zijn bijvoorbeeld de leringen over de Vier Nobele Waarheden en over het Nobele Achtvoudige Pad, of over dāna of sīla, of over hoe vaardig te leven als leek of als gewijde monnik. Geen enkele sutta vertelt alles of zelfs maar de hele essentie. Elke sutta is afhankelijk van de andere om uiteindelijk tot een compleet beeld te komen van de Leer van de Boeddha. Hoe meer je er leest, hoe meer compleet je beeld van het hele juweel wordt.
Iedereen die zich verdiept in het boeddhisme doet er goed aan te studeren en te reflecteren op de Vijf Morele Praktijken en de Vijf Onderwerpen voor Dagelijkse Overdenking. Verder doen we er goed aan het advies van de Boeddha aan zijn jonge zoon Rāhula ter harte te nemen over basale verantwoordelijkheden elke keer dat we bewust een of andere handeling uitvoeren. Van daaruit kunnen we het stap-voor-stap (graduele) systeem van de Boddha volgen dat onderwerpen omvat als vrijgevigheid, deugd, de hemels, de nadelen van sensualiteit, afstand doen en de Vier Nobele Waarheden.
Een solide basis over de essentiële onderdelen van de boeddhistische leer wordt gelegd in drie sutta's die door velen gezien worden als noodzakelijke kost: Het in beweging zetten van het Wiel van de Leer (saṃyuttanikāya 56.11), de Verhandeling over de Eigenschap van Niet-Zelf (saṃyuttanikāya 22.59) en de Verhandeling over Vuur/Branden (saṃyuttanikāya 35.28). Samen worden deze sutta's wel de Grote Drie van de suttapiṭaka genoemd; ze definiëren de centrale en essentiële thema's van de Leer van de Boeddha die in eindelozse variaties terugkeren door de hele canon heen. We leren zulke fundamentele zaken kennen als de Vier Nobele Waarheden, de eigenschappen van dukkha, het Nobele Achtvoudige Pad, de Middenweg, het 'Wiel' van de Dhamma, het principe van anattā (niet-zelf), de analyae van het 'zelf' in de vijf aggregaten, het idee van het het afwerpen van iemand's betovering door zintuigelijke bevrediging en de vele sferen van zijn die de boeddhistische kosmologie kenmerken. Deze basale principes vormen een stevig raamwerk waarbinnen alle andere leringen in de canon kunnen worden geplaatst.
Deze drie sutta's demonsteren verder op prachtige wijze de opmerkelijke vaardigheden van de Boeddha als leraar: hij organiseert wat hij wil onderwijzen helder, logische en simpel om te onthouden door lijsten te gebruiken (De Vier Nobele Waarheden, het Nobele Achtvoudige Pad, de Vijf Aggregaten etc.), hij betrekt zijn toehoorders in een actieve dialoog om ze te helpen zelf hun eigen begripsfouten te doorzien, hij gebruikt vergelijkingen en beeldende woorden zodat de toehoorders echt begrijpen, meestal toegespitst op hun vak of positie in het leven en, wat werkelijk bijzonder is, vaak genoeg raakt hij zijn toehoorders zodanig dat ze zelf direct tot bevrijdende inzichten komen. De buitengewoon kundige leraar die de Boeddha was komen we steeds weer tegen in de canon. Dit versterkt ons vertrouwen dat de Leer ons niet de verkeerde kant op zal sturen.
Enkele vruchtbare bronnen om direct aan te boren:
- De khuddakanikāya bevat flink wat belangrijke sutta's in verzen. Voorbeelden zijn de dhammapada, de suttanipāta, de therigatha en de theragata.
- Zie voor de meest basale instructie over ademhalingsmeditatie de anapanasatisutta, voor de instructies over de vestiging van aandacht(mindfulness), zie de mahāsatipaṭṭhānasutta.
- Om een hart vol welwillende goedheid te ontwikkelen, zie de karaṇīyamettāsutta.
- De eerwaarde Sariputta legt in de devadahasutta uit hoe de Leer te introduceren bij onderzoekende, intelligente mensen; mensen zoals jij.
- Hoe kan men bepalen welk spiritueel pad waardig is te volgen en welke niet? De kālāmāsutta brengt licht in de duisternis van dit oeroude dilemma.
- In de Sigālovādasutta geeft de Boeddha een beknopte handleiding die laat zien hoe leken een gelukkig en vervullend leven kunnen leiden.
Als je een sutta vindt die je echt interesseert, zoek dan naar vergelijkbare sutta's. Verschillende websites zoals accestoinsight en suttacentral bieden vaak overzichten van teksten die in verband staan met de sutta die je leest. Van hier uit, lees gewoon door en grasduin naar believen.
Hoe moet ik een sutta lezen?
Om het meeste te hebben aan het lezen (en bestuderen) van sutta's kan het helpen om een aantal punten in het oog te houden voor je eraan begint.
- Er is géén definitieve vertaling.
Vergeet niet dat de pāḷi canon is bewaard in het pāḷi en niet in het Nederlands, of het Engels. De Boeddha heeft nooit gesproken over 'lijden' of 'verlichting'; hij sprak over dukkha en nibbāna. Elke vertaling, hoe goed ook, is hoe dan ook gefilterd door de geest van de vertaler, iemand die zich niet kan onttrekken aan de eigen cultuur en het moment dat het werk werd gedaan. De vertaling wordt hierdoor gekleurd. Vertalingen uit de 19e eeuw en uit het begin van de 20e eeuw klinken in onze oren erg stijf en gekunsteld. Vaak genoeg zijn termen zo vertaald dat ze goed passen bij de heersende cultuur die toen doordrenkt was van christelijke concepten. Over honderd jaar zal men onze vertalingen vast raar vinden en ouderwets.
Het is waarschijnlijk het beste als je je niet toespitst op één bepaalde vertalingen, of het nou om een woord gaat of een hele sutta. De ene vertaler zal dukkha vertalen als 'lijden' en een andere als 'stress'. De context doet er in dit geval ook toe. Laat gewoon toe dat je begrip gevormd wordt door meerdere manieren van vertalen. Als je werkelijk serieus wilt begrijpen wat de sutta zelf zegt dan ontkom je er niet aan om een beetje pāḷi te leren. Gelukkig is begrip van die taal geen vereiste voor Verlichting.
Als je een sutta prettig vindt, lees hem nog een keer.
Soms ben je er net aan toe om te verwerken wat een sutta wil zeggen. Vertrouw je reactie. Lees nog een keer. Grijp misschien na een paar maanden of jaren nog eens terug en kijk of je nieuwe nuances ontdekt.Als je een sutta niet prettig vindt, lees hem nog een keer.
Soms irriteert een tekst je gewoon. Vertrouw deze reactie. Het betekent dat de sutta je iets waardevols te leren heeft waar je mogelijk nog niet klaar voor bent. Leg er een bladwijzer bij en kom er later nog eens op terug.Als een sutta saai blijkt of verwarrend of gewoon niet nuttig, leg hem dan terzijde.
Afhankelijk van je huidige ontwikkkeling en je interesses kan het best zijn dat een sutta niet overkomt of erg saaid lijkt. Probeer gewoon een andere. Er is er vast een waar je wel een persoonlijke verbinding mee kan maken.
Het hele idee met sutta's lezen is je te inspireren Juist Inzicht te ontwikkelen, een hoogstaand leven te leiden en kundig te mediteren. Dus, als je tijddens het lezen een groeiende behoefte voelt om het boek neer te leggen en op je kussen te gaan zitten om de ademhaling te volgen... doe dat dan! De sutta heeft z'n werk gedaan en is er straks ook nog wel.
Lees de sutta hardop en helemaal, van het begin tot het einde.
Dit helpt je op verschillende manieren. Het moedigt je aan elk woord op te nemen en het traint je mond om Juiste Spraak te bezigen en het traint je oren te luisteren naar de Dhamma. Sla de herhalingen ook niet over. Veel sutta's zijn nogal repetitief. Luister ernaar alsof het muziek is, dan sla je ook niet alle refreinen over. Er zitten overigens net als bij muziek soms onverwachte maar belangrijke variaties in die je niet wilt missen.Luister naar de leringen op verschillende niveaus.
Veel sutta's bevatten lessen op verschillende niveaus tegelijkertijd en het is goed om hiervoor een gevoel te ontwikkelen. Bijvoorbeeld, als de Boeddha aan zijn volgelingen de meer fijnzinnige aspecten van Juiste Spraak uitleg, let dan op hoe de Boeddha zelf spraak gebruikt (majjhimanikāya 58). Doet de Boeddha ook wat hij preekt?Overleg met een of meerdere (spirituele) vrienden.
Door je ideeën en reacties te delen met een vriend kunnen jullie beiden komen tot een dieper begrip van de sutta. Het kan een goed idee zijn om een informele groep op te richten voor het lezen. Blijven er vragen bestaan, stel die dan aan een leraar die je vertrouwt of aan een ervaren monnik of non. Hun perspectief kan uniek zijn en hun grotere ervaring helpt vaak bij het doorbreken van verwarring.Leer een beetje pāḷi.
Als je een paar sutta's hebt gelezen in verschillende vertalingen dan zou het best kunnen zijn dat je verward raakt over bepaalde keuzes. Waarom zegt de ene vertaler 'vestigingen van aandacht' en de ander 'referentiekaders'? Waar gaan deze termen eigenlijk over? Een behoorlijk pāḷi woordenboek geeft informatie over het woord satipaṭṭhāna en diens componenten en kan je verder helpen zodat je nog meer hebt aan je leeswerk.Lees wat anderen hebben gezegd over de sutta.
Het helpt eigenlijk altijd om te lezen wat de commentatoren, zowel antiek als modern, hebben gezegd. Sommige mensen vinden vooral de klassieke pāḷi commentaren over de tipiṭaka behulpzaam en dan voor die van de schrijver Buddhaghosa. Een aantal van die teksten is vertaald beschikbaar, vrijwel altijd alleen in het Engels. Er zijn ook moderne commentatoren zoals de eerwaardes Bodhi, Khantipalo, Ñanamoli, Narada, Nyanaponika, Soma, en Thanissaro. Er is aardig wat direct te vinden op websites en zelfs op YouTube. De bloemlezing van sutta's Aldus sprak de Boeddha van Jan de Breet en Rob Janssen, in september 2022 hernieuwd uitgegeven, bevat niet alleen schitterende Nederlandse vertalingen maar ook mooie inleidingen.
Het is belangrijk de tijd te nemen om het lezen je geest te laten vormen en je kijk op de wereld te beïnvloeden. Het kost soms jaren voordat ideeën, impressies en houdingen waarover de suttapiṭaka spreekt door te laten dringen tot onze immers al gevormde geest. Dit is niet erg; het is gewoon hoe het leven werkt. Het kan best zijn dat je op een dag tijdens een ogenschijnlijk normale gebeurtenis plotseling een herinnering aan een toepasselijke sutta te binnen schiet waardoor je een Dhamma-les krijgt die precies toepasselijk is voor dit moment.
Zoals gezegd kost dit tijd. Om dit proces van langzame rijping voldoende gelegenheid te geven kun je het beste flink dde tijd nemen voor het lezen. Klem het niet in tussen de vele andere activiteiten die je allemaal nodig vindt op een dag. Lees er ook niet teveel tegelijkertijd. Eén middellange sutta (het hele idee van de majjhimaknikāya!) is keurig genoeg voor één sessie. Het moet prettig blijven om te lezen, hoewel het toewijding kost. Als het droog en vervelend wordt, leg dan het hele project weg en probeer het een aantal dagen of weken later nog eens. Sutta's lezen is meer dan alle woorden achter elkaar lezen en dan tevreden achterover leunen. 'Zo, dat was 'm. De mahāsatipaṭṭhānasutta. Wat nu?' Gebruik nadat je klaar bent met lezen een paar minuten, bijvoorbeeld in ademhalingsmeditatie, om de lessen de kans te geven werkelijk te landen in je hart/geest.
Hoe moet ik een sutta lezen?
Terwijl je een sutta leest is het goed om te beseffen dat je eigenlijk een gesprek afluistert dat de Boeddha heeft met iemand anders. In tegenstelling tot zijn tijdgenoten uit andere geestelijke tradities, die vaak een gefixeerde doctrine brachten wanneer ze een vraag beantwoordden (anguttaranikāya 10.93), spitste de Boeddha zijn antwoorden altijd toe op de behoeftes van zijn gehoor op dat moment. Het is daarom belangrijk om een bepaalde gevoeligheid te ontwikkelen voor de context van een sutta, om te zien op welke manieren de omstandigheden voor het gehoor vergelijkbaar zijn met de jouwe. Op deze manier kun je inschatten hoe je de woorden van de Boeddha het beste kan toepassen op je eigen leven. Je hoeft dus zeker niet alle aanwijzingen op te volgen die bedoeld zijn voor zeer ver gevorderde gewijde volgelingen!
Terwijl je leest is het ook goed om enkele vragen in je achterhoofd te houden om je te helpen de context in de gaten te houden en om bedacht te zijn op de meerdere lessen tegelijkertijd die sutta's vaak geven. Ze zijn niet bedoeld om je een student te maken maar meer om de sutta meer tot leven te laten komen.
Wat is de localisatie?
De eerste zin van een sutta (meestal 'evaṃ me sutaṃ', Alus heb ik gehoord..) plaatst de sutta ergens. Speelt het verhaal zich af in een dorp, in een klooster, in een woud? Wat is het seizoen? Wat gebeurt er allemaal op de achtergrond. De sutta beschrijft een gebeurtenis die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en waarbij echte mensen betrokken waren, zoals jij en ik.Wat is het verhaal?
Sommige sutta's bieden nauwelijs een echt verhaal (anguttaranikāya 7.6) en andere zijn gevuld met drama en pathos of lijken zelfs echt op een kort verhaal (mahāvagga 10.2.3-20). Hoe draagt de verhaallijn bij aan de les die de tekst presenteert?Wie begint de les?
Neemt de Boeddha het initiatief (anguttaranikāya 10.69) of stelt iemandd hem vragen (dighanikāya 2)? Als het laatste het geval is, liggen er dan verborgen aannames of houdingen achter de vragen? Gaat iemand naar de Boedddha met de bedoeling hem te verslaan in debat (majjhimanikāya 58)? Dit geeft ons een idee van de motivaties achter de lessen en hoe open de luisteraar stond voor de woorden van de Boeddha? Met welke houding benader jij de teksten?Wie onderwijst er?
Is de leraar de Boeddha (saṃyuttanikāya 15.3) of een van zijn discipelen (saṃyuttanikāya 22.85) of beide (saṃyuttanikāya 22.1)? Is de leraar gewijd (saṃyuttanikāya 35.191) of een leek (anguttaranikāya 6.16)? Wat is het niveau van de leraar zelf? Is zij 'slechts' een stroom-betreder (anguttaranikāya 6.16) of is zij een arahant (therigatha 5.4)? Een idee hebben van de inzichten van de leraar kan helpen de context van de lessen in te schatten. Veel sutta's geven erg weinig biografische informatie over de deelnemers. In dit soort gevallen kunnen de pāḷi commentaren behulpzaam zijn. Academici op het gebied van de pāḷi teksten en gewijde boeddhisten kunnen hier ook vaak helpen.Aan wie zijn de lessen gericht?
Zijn ze gericht aan een monnik (saṃyuttanikāya 35.85), een non (anguttaranikāya 4.159) of aan een leek (anguttaranikāya 7.49)? Zijn we gericht tot een groep mensen terwijl iemand op gehoorsafstand daadwerkelijk te les tot zich neemt (saṃyuttanikāya 35.197)? Gaat het om een flinke groep (majjhimanikāya 118) of een individu (anguttaranikāya 4.184)? Volgen de luisteraars misschien een complete andere religie (majjhimanikāya 57)? Hoe diep doorzien zij wat er wordt verteld? Als het gehoor bestaat uit stroom-betreders die streven naar arahantschap dan worden de leringen op buitengewoon diepgaand niveau behandeld vergeleken met wanneer de toehoorders maar beperkt begrip hebben van de Leer (anguttaranikāya 3.65). Deze vragen zijn zeer behulpzaam bij het bepalen wat de tekst ons zelf kan zeggen.Op wat voor manier wordt de Leer gepresenteerd?
Is het een formeel college (saṃyuttanikāya 56.11, de beroemde dhammacakkappavatanasutta over het in beweging zetten van het Wiel van de Leer), een hervertelling van een al oud verhaal (anguttaranikāya 3.15 of gewoon een geïnspireerd vers (therigatha 1.11)? Is het hard van de les vervat in de inhoud (saṃyuttanikāya 12.2) of is de manier waarop de leraar omgaat met de luisteraars onderdeel van de les (majjhimanikāya 57)? De Boeddha en zijn discipelen maakten gebruik van een grote variëteit aan lesmethodes, wat toont dat er geen enkele manier is van de Dhamma presenteren. De juiste methode hangt sterk af van de situatie en van de spirituele ontwikkeling van het gehoor.Wat is de centrale les?
Waar past de lering in het drietrapssyteem van oefening van de Boeddha? Past de les vooral bij de ontwikkeling van deugdzaam leven (majjhimanikāya 61), concentratie (anguttaranikāya 5.28) of wijsheid (majjhimanikāya 140)? Is de presentatie consistent met wat wordt verteld in andere sutta's (bijvoorbeeld suttanipāta 2.14 en dighanikāya 31)? Hoe past deze les in jouw eigen 'landkaart' van de Leer? Past het simpel en makkelijk bij je eerdere begrip of wordt er nu iets betwijfeld? Misschien staat een grondaanname over de Dhamma nu op losse schroeven?Hoe eindigt de tekst?
Bereikt de toehoorder onmiddellijk Ontwaking op dat moment (saṃyuttanikāya 35.28) of duur het een tijdje na het aanhoren van de les (majjhimanikāya 57)? Kiest iemand ervoor om zich 'te bekeren' tot de weg van de Boeddha, zoals blijkt uit de standaard zin 'Excellent! Excellent! Juist zoals wanneer hij rechtop zou zetten wat ondersteboven stond..' (anguttaranikāya 4.111)? Soms is de eenvoudige handeling van het doven van een kaars al genoeg om iemand tot volledige Verlichting te brengen (therigata 5.10) en soms krijgt zelfs de Boeddha het niet voor elkaar om iemand te helpen eerder donker kamma te overwinnen (dighanikāya 2). De verschillende uitkomsten helpen ons de buitengewone kracht en complexiteit van de Wet van Kamma te leren invoelen.Wat heeft deze sutta mij te bieden?
Dit is de allerbelangrijkste vraag aangezien deze je uitdaagt de sutta ter harte te nemen. Het is uiteindelijk het hart dat wordt getransformeerd door deze leringen, niet het intellect. Vraag jezelf of je je kan indentificeren met de voorkomende karakters in de sutta. Zijn de vragen die worden gesteld relevant voor mij? Welke lessen kan ik eruit leren? Vult deze lering mij met twijfels over mijn eigen capaciteit tot Ontwaken te komen of vervult deze mij van groter vertrouwen en geloof in de Dhamma?