sahāyadhammamitta

Wedergeboorte
Login

Wedergeboorte

Wedergeboorte binnen het boeddhisme is een aparte aangelegenheid. De juiste vraag is denk ik niet of je het wel of niet gelooft maar hoe je het ziet. Dat is nog niet zo eenvoudig. De Boeddha sprak binnen een bepaalde culturele achtergrond waarin meerdere verschillende ideeën leefden over zielsverhuizing en de gevolgen van onze daden. Een uitstekend artikel van André Baets in het Boeddhistisch Dagblad beschrijft deze cultuur en de positie van de Boeddha hierin.

De Leer is in die zin uniek dat zij het afwijzen van een eeuwige ziel combineert met kamma, of de gevolgen van onze daden. De Boeddha verhuisde de werking van kamma van de daden zelf naar de geest van degene die ze uitvoert. Verder stelde hij dat alleen daden die door begeerte, haat of verblinding ontstaan, kamma opleveren. Alle onwillekeurige daden leveren geen kamma op, zelfs niet als die de dood van een wezen tot gevolg hebben.

Dan blijft de vraag over wat er dan overgaat van leven op leven. Enerzijds noemt wijst de Boeddha de idee dat na de dood alles over zou zijn - wat wij misschien materialisme zouden noemen

Wedergeboorte begrijpen gaat eigenlijk niet zonder ook niet-zelf te begrijpen. Als er geen objectief vaststaand 'ik' is dat niet verandert, heeft het dan wel zin om te praten over 'mijn' volgende leven? Wie was het die in het verleden kamma deed ontstaan waar wij nu mee te maken hebben? Dit zijn vragen die een beginnende boeddhist aardig in de war kunnen brengen. Het is gelukkig niet nodig om alles nu al te begrijpen. We oefenen omdat we vertrouwen (saddha) hebben in de Boeddha en in zijn Leer. Wijsheid komt binnen de Leer als vanzelf op van binnenuit bij voldoende oefening. Het is goed om erover te lezen en na te denken maar het is niet nodig ons er zorgen over te maken.

De Sferen

Hoe het ook zit, wedergeboorte vindt plaats in de Sferen. De hele boeddhistische kosmos is vrij groot en divers. Zie het artikel van Wikipedia hierover. In dit stuk houd ik het op de meest direct begrijpelijke sferen.

Traditionele boeddhisten geloven dat de Sferen echte werelden zijn waarin je geboren kan worden. Wang Saen Suk is een bloedserieus ‘pretpark’ in Thailand dat de bezoekers laat zien wat de kwellingen van de hel(len) zijn.  In de vroege tijd werd alleen aan monniken onderwezen hoe je de Verlichting kon bereiken; het volk leerde men ‘de weg naar de hemel’. Het gaat dan om een fortuinlijke wedergeboorte. Persoonlijk sluit ik niet uit dat zoiets bestaat op de een of andere manier maar ik begrijp echt niet hoe zoiets dan zou kunnen. Er is echter een mooie, direct toepasbare overdrachtelijke interpretatie. Nog steeds werken vele miljoenen boeddhisten aan een fortuinlijke hergeboorte voor ‘zichzelf’, iets wat ik dan weer niet goed vind rijmen met de Leer. Leren we immers niet in de suttanipāta, in de voordracht over het karakter van niet-zelf ‘Dit ben ik niet, dit is niet van mij, dit is niet mijn zelf’? Zie hiervoor de anattālakkhaṇa sutta, SN 22.59.

Als een ego besluit dat een situatie fijn of prettig is dan begint het allerlei manieren te verzinnen om dat fijne in bezit te krijgen of in elk geval onder controle. Begeerte om die situatie te genieten ontstaat en we verlangen ernaar die begeerte te vervullen. Zodra dit gelukt is blijft er echter een soort afdruk achter van die begeerte en zoeken we naar iets anders om te genieten, of te consumeren. We komen zo in een patroon van gewoonte en een gerichtheid op het consumeren van steeds nieuwe dingen. We krijgen iets te pakken wat we wilden hebben – een nieuwe laptop, een kledingstuk, ons streefgewicht dat bereikt is, het avondeten – en we spelen er even mee maar de nieuwigheid is er al snel af en we zoeken alweer naar iets anders om ons bevredigd te voelen. Uit behoorlijk interessant onderzoek blijkt dat de concentratie geluksstofjes in ons brein het hoogst is als we weten dat we iets gaan krijgen maar het nog nét niet hebben. Zo kan zelfs het bereiken van de zo gewenste ervaring op zich al het begin van de teleurstelling zijn. We verblijven nu (als het ware) in de Sfeer van de Hongerige Geesten en vinden nooit echte voldoening.

Een andere sfeer is de Sfeer van de Dieren. De geest van een dier gaat gepaard met veiligheid zoeken door te proberen te zorgen voor volkomen voorspelbaarheid en controle. We nemen nooit het minste risico en zoeken niet naar nieuwe mogelijkheden. De gedachte aan vernieuwing maakt ons bang en we kunnen zelfs neerkijken of anderen die wel innoveren. Dit zijn mensen die leven met oogkleppen op.   De Helsfeer wordt gekarakteriseerd door directe agressie. We bouwen een muur van woede tussen onszelf en onze ervaringen; alles irriteert ons, zelfs de minste, meest onschuldige dingen en elke opmerkingen die ook maar enigszins verkeerd opgevat zou kunnen worden. De hitte van de woede en agressie straalt echter op ons terug en drijft ons tot steeds grotere razernij in een poging aan deze marteling te ontsnappen. We vechten hierdoor nog harder en raken nog sneller geïrriteerd. Op den duur, als het maar ver genoeg komt, kunnen we zelfs niet meer weten tegen wie we nou vechten, tegen anderen of tegen onszelf. We zijn zo druk met knokken dat we geen alternatief meer kunnen zien.   Die zijn de drie lagere Sferen. Ik druk ze nu uit als min of meer durende gemoedstoestanden. Veel boeddhisten geloven dat bepaald gedrag in dit leven zorgt voor hergeboorte in één van die Sferen. Dat laat ik  in het midden hier. Verderop in deze introductie ga ik in op Hergeboorte en Kamma. Voor nu is het genoeg dat we in elk geval in dit leven ieder moment weer kunnen kiezen hoe we ons gaan verhouden tot onze ervaringen. Je zou dus kunnen zeggen dat we continu hergeboren worden in één van de Sferen.   Eén van de drie hogere Sferen is die van de Jaloerse Goden. Dit bestaan wordt gekenmerkt door acute paranoia. De wezens in deze Sfeer zijn begaan met competitie: de beste zijn, slagen, punten scoren én voorkomen dat anderen een punt scoren tegen hen. Als een ander iets bereikt heeft of ergens in slaagt dan zal de Jaloerse God direct proberen nog beter te worden of iets nog groters te bereiken. Als je één van hen probeert te helpen dan zullen ze proberen uit te vissen wat er voor jou in zit, wat je strategie zal zijn. Ze vertrouwen niemand, zijn er zeker van dat anderen hen erin proberen te luizen. Als een ander hen niet probeert te helpen dan zullen ze daar nota van nemen en later terugslaan. “Don’t get mad, get even!” is het motto van deze Sfeer. De boeddhistische kernwaarde medevreugde gaat hier recht tegenin.

Op een bepaald moment merken we dat er iets is als spiritualiteit. We horen dat er zoiets bestaat als meditatie, geïmporteerd uit één of andere Oosterse religie of een mystieke Westerse religie, dat onze geest vredig zal maken en ons op zal laten gaan in universele harmonie. Dus we gaan mediteren en met en doen mee aan rituelen en met een beetje meewind voelen we onszelf opgenomen in het oneindige universum. Alles glanst met liefde en licht; we voelen onszelf goddelijke wezens. We kunnen dan trots worden op onze goddelijke vermogens en meditatieve prestaties. We kunnen zelfs terecht komen in het Rijk van Oneindige Ruimte waar gedachten maar heel zelden opkomen en ons storen. We negeren alles dat hier niet mee strookt en onze goddelijke status niet bevestigt. Dit is de Goddelijke Sfeer, de hoogste van de Zes Sferen. Het probleem ermee is alleen dat wij deze zelf hebben opgeroepen, hebben gecreëerd op de een of andere manier. Zodra we beginnen te ontspannen en niet meer voortdurend moeite doen om die hoge staat vast te houden, slaat altijd een keer de twijfel toe: is dit alles, hebben we het echt gehaald? Eerst krijgen we die twijfels wel glad gestreken maar altijd komen ze terug en ons gigantische zelfvertrouwen loopt steeds meer deuken op. Dit zorgt ervoor dat we terugvallen in de lagere Sferen en dat kan elke Sfeer zijn.

Op een gegeven moment moet er eens nieuwsgierigheid ontstaan naar een manier om het eens anders aan te pakken dan we tot nu toe gewoon waren. “Tot nu toe” betekent in de boeddhistische traditie overigens hetzelfde als ‘verschrikkelijk lang’. Deze dwaaltocht (saṃsāra) is zonder naspeurbaar begin, zoals de Boeddha het uitdrukte. Dit is de Menselijke Sfeer, die gekenmerkt wordt door twijfel, nieuwsgierigheid en het verlangen naar iets dat beter is. Alleen in de Menselijke Sfeer is daadwerkelijke verlossing mogelijk, alleen in deze Sfeer kunnen wezens effectief werken aan Verlichting, aan nibbāna. We worden niet zo in beslag genomen door agressie, zucht om te winnen, zekerheid of al die andere zaken die de kenmerken zijn van de andere Sferen. We vragen ons af of het niet mogelijk is ons te verhouden tot de wereld als waardige menselijke wezens.

Zo bezien bevinden we ons allemaal wel eens buiten de menselijke sfeer. Het is goed om hier opmerkzaam op te zijn en te werken aan een stabiel mogelijk verblijf als mens. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de Leer je eigenlijk pas compleet en volwaardig mens noemt als je de valstrikken van de andere sferen weet te vermijden! Nogmaals, traditioneel boeddhisme ziet de sferen als werelden waarin een wezen geboren kan worden. De discussie daarover voert te ver voor dit korte stuk, vooral omdat we dan zouden moeten ingaan op het woord voor ‘geboorte’ en hoe dat omschreven wordt door de Boeddha met daarbij de vele commentaren. Vooralsnog houd ik het hier bij een praktische interpretatie die ons hier en nu, in dit leven, begrip geeft en de mogelijkheid om te oefenen.