Saddha
Het pāḷi woord saddha wordt over het algemeen vertaald als geloof. Als we het hebben over boeddhistisch geloof dan is dat saddha. De betekenis ligt echter een stuk dichter bij 'vertrouwen'.
In het boeddhistisch denken begint iedereen met een beetje vertrouwen, dat misschien wel het meest lijkt op interesse. Op de een of andere manier komt iemand in aanraking met de Leer. Er is een beetje vertrouwen, in ieder geval genoeg om eens meer te gaan lezen of navragen of misschien zelfs om iets uit te proberen. Als het goed is dan blijkt dat het werkt, dat het klopt dat de Boeddha zegt. Het vertrouwen stijgt dan. In het ideale geval wordt gaandeweg de oefening het vertrouwen steeds sterker totdat het absoluut wordt. Absoluut vertrouwen is éen van de eigenschappen van stroomintrede, de eerste graag van heiligheid.
De Leer, zo zegt de Boeddha, kan hij niet volkomen bewijzen met woorden. Zie bijvoorbeeld de brahma-nimantanika sutta (MN 49). In dit verhaal wordt Baka uiteindelijk overtuigd door een wonder. Eén van de eigenschappen van de Leer is overigens dat deze 'uitnodigt tot onderzoek'. Het kunnen uitproberen om dan tot overtuiging te komen zit er al meteen ingebouwd. Zie verder dhamma.
De geest en de kracht van geloof
Het pāḷi kent welbeschouwd twee woorden die wij als geloof kunnen vertalen. Beide verwezen naar de geest en de kracht van de geest. De eerste woorden van de Dhammapada zijn "manopubbaṅgammā dhammā", heel letterlijk vertaald: geest-gaat vooraf-fenomenen. Het is niet simpel om een goede vertaling te maken want zowel mano als dhammā zijn complexe woorden zonder direct tegenhangers in het Nederlands. De klassieke vertaling is "De geest gaat vooraf aan alle dingen." en dat is op zich best, gegeven dat je precies begrijpt wat met 'dingen' wordt bedoeld, maar we zouden ook kunnen zeggen: "Je bent wat je denkt." Dit betekent niet dat je gedachten letterlijk dingen scheppen! Dat idee kwam pas een aantal eeuwen nadat de Dhammapada tot stand kwam op. Meer is meer een opmerking over menselijke psychologie.
Mano verwijst naar de denkende geest en maakt het onderscheid met bewustzijn in het algemeen (vijñana) of het hart (citta) in de poëtische zin hoewel al die termen ook wel door elkaar gebruikt worden als inwisselbaar om sommige plekken. We kunnen mano zien als dat onderdeel van bewustzijn dat meningen en visies voortbrengt. Wat eigenlijk gezegd wordt is dat we over onszelf kunnen denken dat we gelukkig zijn en vrij van lijden en dan heeft dat een effect. Modern onderzoek naar het placebo (latijn: ik zal geaccepteerd worden) effect ondersteunt dit. Het boeddhisme gaat verder en stelt dat als je wil dat alle wezens gelukkig worden, dat dit ook kan. De oefening is natuurlijk niet alleen maar placebo effect maar je instelling maakt wel degelijk flink uit.
Het pāḷi woord ditthi wordt vaak vertaald als visie maar ook opinie of zelfs houding kan juist zijn. Onze normale, ongeschoolde, visies trekken aan ons en veroorzaken dukkha. We verlaten ons op zaken en ideeën die nooit werkelijk bevredigend kunnen zijn. Door de reflecteren op onze visies en wat wij geloven te vergelijken met wat er in de werkelijkheid gebeurt kunnen we komen tot wat de Boeddha samma-ditthi noemt, Volkomen Visie. Er wordt vaak 'Juiste Visie' vertaald maar samma is wat sterker van connotatie. We zien dan dingen zoals ze werkelijk zijn en we verplaatsen ons hart naar wat ons wel volkomen of waar geluk brengt: het Drievuldig Juweel.
Zo komen de woorden geloof, overtuiging en visie bij elkaar. Alles draait om de werkelijkheid zien zoals die werkelijk is. Op dezelfde manier worden inzicht en wijsheid vrijwel gelijk gesteld, zoals de bekende recitatie van de tilakkhaṇa doet.