sahāyadhammamitta

Sangha
Login

De Sangha

De sangha is één deel van het Drievuldig Juweel (tiratana) en verwijst naar een verzameling. In de tipiṭaka verwijst het woord naar verschillende begrippen. De meest hoogstaande variant is de edele sangha (ariya-sangha) en deze bestaat uit alle volgelingen die ten minste het eerste niveau van heiligheid hebben bereikt. Dit zullen vaak monniken zijn maar dat hoeft zeker niet. Binnen het theravāda-boeddhisme bedoelen we de ariyasangha als we Toevlucht nemen tot de Boeddha, de Dhamma en de Sangha.

Over het algemeen zal iemand die het over 'de Sangha' heeft de bhikkhu-sangha bedoelen, de Orde van monniken. Theravāda-nonnen hebben bestaan maar zijn op een gegeven moment uitgestorven. Tegenwoordig is er weer een kleine en flink omstreden groep nonnen. We zouden dus Orde van monniken en nonnen moeten zeggen. Pijdragers, onafhankelijk van hun biologische geslacht, worden met eerbied behandeld en krijgen giften.

Het is echter belangrijk te beseffen dat deze mensen niet de Sangha eerbiedig maken maar dat ze recht hebben op eerbied omdat ze lid zijn van de Sangha. Ze horen zich hier ook naar te gedragen, overigens, en houden zich aan de 227 regels van de pātimokkha . Althans, nonnen hebben er 311. De vrouwonvriendelijkheid hiervan valt in de moderne tijd op. Het verhaal dat de wijding van nonnen pas heel laat door de Boeddha werd toegestaan staat weliswaar in de teksten maar deze vertonen niet alleen duidelijke tekenen van redactie, ze bevatten ook de wijding van Bhaddhā . Dit ging heel simpel en werktuigelijk. Het verhaal staat in de therigata. Het is duidelijk dat de Boeddha geen twijfel vertoonde of voorwaarden stelde bij het wijden van een vrouw. We kunnen ons ook afvragen of het hebben van vrouwelijke lichaamskenmerken een wezen ongeschikt maakt voor

Verlichting of zelfs maar gestructureerde oefening. Er is geen reden in de werkelijkheid om dat de geloven.

De regels variëren van zo belangrijk dat de overtreder automatisch geen monnik meer is (en dat ook in dit leven niet meer kan worden) zoals bij het doden van een mens tot aan minutieuze instructies over hoe de pij moet worden gedragen. Een jonge monnik kan er meer dan vijf minuten voor nodig hebben. Overtreding van de mindere regels moet vaak bekend worden zonder dat dit verdere gevolgen heeft.

Boeddhisten kennen geen kerk zodat de Sangha erg belangrijk is. Men gaat naar de tempel om te luisteren naar 'dhamma-toespraken', om offers te brengen, gewoon te luisteren, vragen te stellen en meer. In Westerse landen zijn formele tempels uiterst zeldzaam en wordt het woord Sangha ook gebruikt voor min of meer vaste verzamelingen boeddhisten die bij elkaar komen voor oefening, vaak voorzien van een leraar of leider.

Twee soorten monniken

Traditioneel gezien zijn er monniken en nonnen of bhikkhu's/bhikkhuni's (letterlijk 'zij die bedelen') en leken waarbij de monnik of non een pij draagt, celibatair is en niks anders doet dan geestelijke oefening. (Was het maar waar!) De leek leeft het burgerlijke leven en kan uiteraard ook oefenen maar werk en gezin zijn het voornaamste. Daarnaast voeden de leken de pijdragers. Oorspronkelijk echter, zoals beschreven Reggie Ray in Buddhist Saints in India, was er een driedeling van leken, rondzwervende woudbewoners en op een vaste plaats (in een klooster) wonende monniken. Dit lijkt een aardige afspiegeling zijn van de oude Indiase cultuur waarin de Brahmana's gesettled waren en de Shrama's rondzwierven. In de pāḷi canon kom je inderdaad twee door elkaar lopende series instructies en commentaren tegen die beide varianten beschrijven. Je komt steeds instructies tegen over alleen in het woud gaan leven en mediteren onder een boom en dan weer beschrijvingen van monniken die bij elkaar wonen in een vihāra (tempel/klooster). Uiteindelijk moet men, ruwweg rond de tijd dat de canon op schrift werd gesteld waarschijnlijk, het kloosterleven als de ideale vorm van gewijd leven zijn gaan beschouwen.

De klassieke eigenschappen van de (ariya-)sangha liggen vast:

supaṭipanno bhagavato sāvaka saṅgho,
ujupaṭipanno bhagavato sāvaka saṅgho,
ñāyapaṭipanno bhagavato sāvaka saṅgho,
sāmīcipaṭipanno bhagavato sāvaka saṅgho,
yadidaṃ, cattāri purisayugāni, aṭṭha purisapuggalā,
esa bhagavato sāvaka saṅgho:
āhuṇeyyo,
pāhuṇeyyo,
dakkhiṇeyyo,
añjalikaraṇīyo,
anuttaraṃ puññākkhettaṃ lokassā ti.

Van goed gedrag is de Orde van de discipelen van de Verhevene.
Van oprecht gedrag is de Orde van de discipelen van de Verhevene.
Van wijs gedrag is de Orde van de discipelen van de Verhevene.
Van plichtsgetrouw gedrag is de Orde van de discipelen van de Verhevene.
met name de vier paren van personen, de acht menselijke wezens,
Deze Orde van de toehoorders van de gezegende is:
geschenken waardig,
gastvrijheid waardig,
offerandes waardig,
eerbiedige begroeting waardig,
een onvergelijkbaar veld van verdienste voor de wereld.