sahāyadhammamitta

De vijf morele praktijken
Login

De vijf morele praktijken

De pañca sīla, letterlijk vijf-moraal, is de enige set regels die het boeddhisme kent voor leken. Waar de monniken-regelgeving, de pātimokkha, 227 regels kent, voor de mannen althans, is er geen enkele harde regel voor boeddhistische leken. Kort gezegd is er niets dat je kunt doen of vinden of juist laten wat je dwingt geen boeddhist meer te zijn. Zelfs het pad tot de Verlichting zelf, het Nobele Achtvoudige Pad, is geen reeks verboden maar een serie stappen in positief gedrag. Je bent boeddhist als je zelf vindt dat je dat bent. Aan de andere kant zijn er aardig wat mensen die zich geen-boeddhist noemen maar wel leven volgens het gedachtegoed of zich erdoor geïnspireerd weten. Ook dat moeten zij zelf weten.

Als een boeddhist echter besluit om 'er meer mee te gaan doen', om volgens de Leer van de Boeddha te gaan leven dan zijn er twee dingen die zij kunnen doen. Zij kunnen Toevlucht nemen en zij kunnen besluiten om volgens de vijf morele praktijken te gaan leven. De praktijken zijn dan nog steeds geen regels in de zin van harde verboden. Het zijn met nadruk zaken om te oefenen.

Achtergronden bij de Vijf Morele Praktijken

Deze regels zijn zeer bevorderlijk voor een gelukkig leven en zelfs een gelukkige samenleving dus ze zijn in zichzelf nuttig. Het gaat echter om oefening richting de Verlichting, richting nibbāna. Het is daarom dat de regels zeer serieus genomen moeten worden, hoewel het geen verboden zijn. Aangezien we de geest trainen is het niet goed om onszelf aan te leren dat het allemaal niet zoveel uitmaakt. Aan de andere kant is een overtreding op zich niet zo'n ramp, we kunnen altijd weer verder gaan met oefenen.

Het is belangrijk te bedenken dat de morele praktijken een constante moeten zijn. De regels zoals ze zijn opgeschreven zijn simpel genoeg te onderhouden door stil in een stoel te blijven zitten lezen in een goed boek. Vrijwel iedereen doodt bijna nooit anderen, vrijwel iedereen liegt met grote regelmaat niet, en zo voort. De werkelijke oefening van de praktijken is de geest zover krijgen dat deze vanuit zichzelf niet meer denkt aan overtreding, zelfs niet als de gelegenheid en we toch niet betrapt zullen worden. De gedachte hoort uiteindelijk niet eens meer op te komen. Eén van de eigenschappen van de eerste graad van heiligheid (sotapanna) is juist de onmogelijkheid om bewust de praktijken te breken. Leken-volgelingen (upāsakas) die zich echt serieus toegelegd hebben tot het volgen van de Vijf Morele Prakijken worden soms  dhammacārī genoemd, 'volger van de dhamma'. Dhamma staat hier voor de Leer.

Hoe strict we de regels moeten opvatten is onderwerp van discussie. pānātipātā betekent doden maar vrijwel iedereen leest hier 'doden of doen doden' omdat je ander makkelijk onder de regel uit zou kunnen komen door er alleen maar opdracht toe te geven. Sommigen vinden dat ook (niet dodelijk) kwellen onder deze regel valt. Wat is exact seksueel wangedrag? Sommigen lezen hier alleen bepaalde vormen van seksuele omgang met verboden categoriëen mensen in. In dat geval zou verkrachting of een ander alleen gebruiken voor je eigen lusten er niet onder vallen. Is masturbatie toegestaan? In de praktijk blijkt dat de praktijken zich verdiepen zolang we ons er enige tijd serieus mee bezig houden, zeker in combinatie met de Hemelse Verblijven. Van binnenuit realiseren we op den duur een besef dat bepaalde zaken gewoon niet vaardig zijn en we laten ze liggen. Het is mijns inziens vaardiger om niet te vragen 'mag het van de Boeddha?' maar eerder 'is het beter om het te doen?'

Een voorbeeld is vegetarisch eten. Moet dit of niet? Welbeschouwd moet je als leek helemaal niets. Lange discussies over de precieze (pāḷi) tekst worden hier vaker over gevoerd. Feit is dat de Boeddha over de praktijken zegt dat degene die ze beoefent vrijheid van angst/vervolging schenkt aan vele wezens. Het past bij een zich ontwikkelend medelijden met alle leven om minder of zelfs geen vlees en vis te eten. Door de vraag of vlees of vis eten mag of niet te laten rusten en te kijken naar wat beter is om te doen, vinden we op natuurlijke wijze het juiste antwoord. Dit antwoord zal passen bij de ontwikkeling die wij zelf hebben doorgemaakt.

De tekst van de Vijf Morele Praktijken

pañca sīla

pānātipātā veramaṇī sikkhāpadaṃ samādiyāmi.

adinnādānā veramaṇī sikkhāpadaṃ samādiyāmi.

kāmesu micchācārā veramaṇī sikkhāpadaṃ samādiyāmi.

musāvādā veramaṇī sikkhāpadaṃ samādiyāmi.

surā meraya majja pamādaṭṭhānā veramaṇī sikkhāpadaṃ samādiyāmi.

Vijf morele praktijken

Niet te doden of te doen doden, deze leefregel zal ik volgen.

Niet te nemen wat mij niet gegeven is, deze leefregel zal ik volgen.

Mij niet seksueel te misdragen, deze leefregel zal ik volgen.

Geen onwaarheid te spreken, deze leefregel zal ik volgen.

Bedwelmende middelen, die onachtzaamheid veroorzaken, niet tot mij te nemen, deze leefregel zal ik volgen.