Boeddhisme in vogelvlucht
Siddhattha Gotama, van de stam Sakya, werd hoogstwaarschijnlijk tussen 480 en 450 voor de huidige jaartelling geboren in Lumbini, in het huidige Nepal, net tegen de grens met India. Zijn levensverhaal wordt niet algemeen geaccepteerd als een trouwe historische weergave. Zeker het verhaal over zijn geboorte zit vol wonderen. Vermoedelijk waren de verhalen voor de volgelingen een manier om hun eerbied te bewijzen.
De Sakiërs waren onderdeel van het Vedische India en werden geleid als een oligarchie met een gekozen leider. Een van de namen voor de Boeddha is Sakyamuni of wijze van de Sakiërs. (Een andere gebruikelijke bijnaam is Gotama Boeddha. Er zijn 29 boeddhas bekend, inclusief de huidige en de volgende, binnen het mahāyāna-boeddhisme althans.) Ze waren tegen de tijd dat de Boeddha geboren werd een vazalstaat geworden van het grotere koninkrijk Kosala. Zeker is dat Siddhattha van zeer hoge geboorte was. Was hij de kroonprins? Waarschijnlijk niet. Hij zou wel het leven van een machtig man aan het hof kunnen leiden.
Het ging anders. Op vijfendertigjarige leeftijd verliet Siddhattha zijn vrouw Yasodharā en zijn zoon Rahula. Hij verliet het luxe leven om als asceet verder te gaan. Hij kreeg les van minimaal twee zeer vergevorderde asceten en beperkte zijn voedsel zo enorm dat hij afschrikwekkend mager werd. Dit, echter, leverde volgens hem niet het eindantwoord op. Het was de uiteindelijk door hem ontdekte 'Middenweg' die wel uitkomst leverde en hem bracht tot de Verlichting, definitief en volkomen afscheid van alle lijden.
De leer van deze nieuwe Boeddha (ontwaakte) kenmerkt zich door het vermijden van extremen en een focus op het ontwikkelen van mededogen en wijsheid. In zijn allereerste toespraak - de dhammacakkappavatana sutta of de Toespraak over het in Beweging zetten van het Wiel van de Leer - benoemt de Boeddha direct de twee extremen en de Middenweg:
"Monniken, deze twee extremen dient een thuisloze niet te praktiseren. Welke twee? Er is het nastreven van geluk in zintuiglijk genot, hetgeen laag, vulgair, ordinair en onedel is en niet tot welzijn leidt; en er is het nastreven van zelfpijniging, hetgeen pijnlijk en onedel is en niet tot welzijn leidt. De Volledig Verlichtte is, deze beide extremen vermijdend, ontwaakt aan de Middenweg die visie en kennis oplevert, en tot kalmte, directe kennis, ontwaking en Nibbāna leidt."
Wat is de Middenweg? Dat is het Nobele Achtvoudige Pad, een uiterst praktische manier van oefenen in moraal, inzicht en wijsheid. Dit pad bevat praktische oefening op de terreinen van moraal, concentratie en wijsheid. Hoewel deze oefening maatschappelijk uiterst heilzaam is, gaat het toch vooral om het zelf werken aan Verlichting. Het Pad is direct gericht op de monniken (de thuislozen) maar is gelukkig ook uitstekend geschikt voor leken om mee te oefenen. Niet alles op hoeft op een bepaalde volgorde of tegelijkertijd. De verschillende factoren versterken elkaar wel. Dat is simpel te begrijpen: wie zijn leven moreel op orde heeft zal bijvoorbeeld minder moeite hebben met mediteren.
De Boeddha was een groot geestelijk leraar en wordt alleen al om die redenen nog steeds door honderden miljoenen vereerd. Hij was echter geen filosoof. Hoewel de meer dan tienduizend grotere en kleinere toespraken opvallend consequent zijn in hun gezamenlijke boodschap heeft Gotama Boeddha nooit zelfs maar geprobeerd één gesloten filosofisch systeem te bouwen. Latere denkers hebben dat wel gedaan - zie de Abidhamma en zeker de filosoof Nagarjuna - en over het juiste begrip van hun werk wordt nog steeds veel gesproken en geschreven.
De Dhamma, de Leer, is vooral soteriologisch van aard: reddend. Mensen lijden en daar is een oplossing voor. Elke boeddha, elke redelijk gevorderde volgeling zelfs, zal uit medelijden willen dat mensen die oplossing bereiken. De Boeddha noemde zichzelf een pad-vinder en deed er alles aan om dat pad steeds weer opnieuw aan steeds weer anderen uit te leggen, steeds weer op de best passende manier. Daarom hebben we zoveel verschillende verhalen, zoveel opsommingen, lijstjes die zo verwarrend kunnen zijn. De truc is om langzaam te lezen. De Dhamma wordt tot de dag van vandaag levend gehouden en uitgelegd en geoefend door de Sangha.
De Boeddha was een uitzonderlijk mens. Hij was geen god en beweerde dat ook nooit te zijn. Dit is essentieel: als een mens de uiteindelijke Verlichting bereikt dan betekent dit echt wat. Wij kunnen het zelf dus ook! Als boeddhisten diep buigen voor een boeddhabeeld dan buigen wij gedeeltelijk voor de Verheven Leraar zelf maar zeker ook voor ons eigen potentiaal hetzelfde te bereiken. Er is geen wezenlijk verschil tussen ons!
Stromingen
Vanwege alle aandacht voor de Dalai Lama zou een mens nog denken dat boeddhisme uit Tibet komt. In wezen is het tibetaans boeddhisme relatief jong. Het vertoont duidelijke sporen van een ontmoeting met inheemse religiositeit die daar al aanwezig was voor de eerste boeddhistische monniken aankwamen. Dit geldt overigens voor elke stroming en zelfs voor het boeddhisme als geheel. Het is op zich geen diskwalificatie. Zelfs in centrale teksten in de Pāḷi canon is te zien dat er redactie heeft plaatsgevonden, ogenschijnlijk als reactie op een andere groepering die nog niet bestond ten tijde van de Boeddha zelf. Zie bijvoorbeeld de mettā sutta.
Er moet ooit een oer-boeddhisme dat min of meer één en éénduidig was, tijdens en vlak na het leven van de Boeddha. We spreken wel van 'pre-sektarisch boeddhisme'. Dit bestaat niet meer. Hoewel theravāda-boeddhisten - waar ik mezelf toe reken - nog wel eens willen beweren dat hun beweging de oudste en meest authentieke is, valt dat in de praktijk nogal mee. De oudste complete canon is inderdaad de Pāḷi versie die door de theravādin wordt gebruikt. De alleroudste originele tekst is echter waarschijnlijk een Sanskriet-tekst. Academici halen juist veel inzichten uit de verschillende canons naast elkaar leggen om te zien welke overeenkomsten en verschillen er zijn. We zijn nu tweeëneenhalf duizend jaar verder en we leven in flink verschillende culturen die geen van alle hetzelfde zijn als de cultuur waar de Boeddha in leefde.
Ruwweg worden onderscheiden:
- mahāyāna
- theravāda
- vajrayana
- ch'an/zen
Er zijn meerdere manier van indelen. Al deze stromingen kennen weer onderverdelingen en scholen. Al deze stromingen delen de absolute kern, hoezeer ze ook verschillen in uiterlijkheden en de manier waarop ze oefenen. Zie ontwikkeling boeddhisme en stromingen voor meer informatie hierover.
Praktische toepassing
In tegenstelling tot in sommige andere religies ligt er geen grote nadruk op het volgen van de exacte tekst. Daarvoor is er om te beginnen veel te veel tekst. Afhankelijk van hoe je telt zou de Pāli canon tien of elf Bijbels groot zijn. De Sanskriet canon is nog groter. Verder ligt de nadruk meer op oefenen dan op letterlijk geloven van stellingen. Er is wel degelijk het begrip 'verkeerde visie' maar er is geen noodzaak om direct jezelf aan de allerhoogste normen te binden. Daar zijn monniken voor. Elk mens kan meedoen op de manier die voor haar of hem past op dit moment. Dat kan tempelbezoek zijn en offeren om dan weer gewoon verder te gaan met het normale leven. Dit is zeer gebruikelijk in Azië. Het kan ook mediteren zijn, wat vooral in het Westen gebeurt. Het kan mindfulness zijn en elke dag proberen om bewust te leven. Het kan een combinatie van dit alles zijn.
Tijdens het leven van de Boeddha waren er geen standbeelden van hem; mensen zijn niet begonnen met buigen naar dingen tot een eind na zijn dood. Het woord boeddhisme bestond nog niet. De Boeddha zelf sprak vaak van 'dhamma-vinaya' of 'de Leer en de Discipline' (Zie Dhamma .) Boeddhabeelden verschenen pas nadat de cultus van Apollo welbekend was in Gundhara en westelijk India. De dynastie van de Seleuciden had zoveel invloed dat de beeltenissen van Apollo niet alleen aanleiding waren voor de zich bedreigd voelende boeddhisten maar zelfs model stond voor uiterlijk en design. Zeker is dat verschillende teksten van keizer Asoka zijn aangetroffen met een Griekse vertaling, klaarblijkelijk bedoeld voor de lokale bevolking. De leerlingen van de Boeddha vroegen hem aan het eind van zijn leven een opvolger aan te wijzen en hij weigerde dat. Hij verwees naar opnieuw naar de Leer. Blijf die bestuderen en oefenen en je bent op de goede weg. Hij maakte geen onderscheid tussen koningen, generaals, handelaren, boeren of wie dan ook. Hij onderwees zelfs vrouwen, wat ongebruikelijk was. Er moet wel bij gezegd worden dat het opnemen van vrouwelijke monniken in de Orde pas na flink smeken werd toegestaan. Zie Sangha .
Een aantal dingen zijn belangrijk voor (leken-)boeddhisten in het dagelijks leven.
- mediteren
- vrijgevigheid of dāna
- tempelbezoek en offers
- reciteren (chanten)
Ik zet meditatie bovenaan in dit lijstje en dat is typisch mijn keuze. In Azië mediteren boeddhisten niet tot nauwelijks. Zelfs de monniken besteden er weinig tijd aan! Meditatie lijkt echt een Westerse aangelegenheid te zijn. In het Oosten leeft men op een andere manier en richt zich meer op vrijgevigheid en dan vooral vrijgevigheid richting de Sangha en tempelbezoek. Ook wordt er daar meer gereciteerd of, binnen de m ahāyāna stromingen, mantra's gezegd. Het is niet eenvoudig te zeggen wat beter is. Dat hangt er nogal vanaf wat een individuele boeddhist het beste kan ontwikkelen. Zeker is dat we over en weer best wat van elkaar kunnen leren.